Friday, July 20, 2007

Weer terug

Pindakaas met nootjes, wc-papier gewoon door het toilet en lange lichte avonden. Ja hoor, we zijn weer terug. Tot onze teleurstelling moeten we zeggen dat de cultuurshock meeviel. Een klein halfjaar is dus blijkbaar toch te kort.
We willen iedereen bedanken voor de positieve reacties (vooral via mail) en zien jullie de komende maanden.

We zijn uiteraard via de mail bereikbaar. Doriens mobiel wil nog niet echt. Daarom is zij via Jaaps telefoonnr. bereikbaar.

Een groet,
ons

Monday, July 9, 2007

Exit Peru

Na een reis van 7 uur tussen Huancayo en Lima en vervolgens 8 en een half uur tussen Lima en Trujillo bevonden wij ons in de grootste stad van noordelijk Peru. Klinkt indrukwekkend, maar valt in de praktijk (de onze althans) wat tegen. We hebben er twee dagen met onze ziel onder onze arm rondgelopen, en zijn toen maar naar het dichtbij gelegen vissersdorpje Huanchaco gegaan. Deze plaats staat bekend om de vele rieten bootjes waar de mannen van het dorp de zee mee op gaan om te vissen.



Het verbaasde ons enigszins dat deze bootjes nog steeds worden gebruikt voor het levensonderhoud, aangezien het er doorgaans stikt van de surfende toeristen. Gelukkig was het er deze week behoorlijk rustig. Waarschijnlijk mede in verband met het wat tegenvallende weer: grotendeels frisse en bewolkte dagen. Zeer spijtig, aangezien we deels voor de zon wat verder naar het noorden waren getrokken. Een goede voorbereiding op onze terugkeer naar Nederland was het echter wel gezien de verwachtingen op internet..



Al met al hebben we maar weinig meer gedaan dan bovenstaande foto suggereert.
Wél hebben we -grotendeels uit cultureel plichtsbesef- een enorme `mud-brick´ ruïne genaamd `Chan Chan´ bezocht. Deze verloren stad beslaat in totaal 14 km2 en is nog steeds erg indrukwekkend met haar omvang en vele versierde muren. Ondanks ons wat cynische houding bij voorbaat bleek het absoluut de moeite van een bezoekje waard.


Na zo een aantal dagen aan de noordelijke kust van Peru te hebben doorgebracht zijn we voor de vierde keer naar Lima teruggekeerd. Dit in verband met onze vlucht terug naar Nederland die op maandagavond gepland staat. In tegenstelling tot eerdere momenten, zien we er wel naar uit.
Ook gevoelsmatig is de reis nu -bijna- ten einde.

Sunday, July 1, 2007

Juni in Huancayo

Zoals beloofd volgen bij deze wat nadere details over ons werk van de afgelopen maand. Want ja, de vier weken die we in Huancayo zouden doorbrengen zijn helaas alweer voorbij.
Dankzij onze volgeplande dagen hebben we ons geen moment verveeld en ontzettend veel geleerd en genoten.

Niños del Futuro
Binnen het ´huiswerkinstituut´ hebben wij ons eigenlijk niet eens veel beziggehouden met schoolwerk. Naast de te verwachten taalbelemmering bleek ook het peruaanse schoolsysteem heel anders in elkaar te zitten. Veel kinderen kwamen met name op het gebied van matematica, maar ook bijvoorbeeld engels met veel te hooggegrepen werk aanzetten. Jaap heeft nog geprobeerd een handje te helpen met het worteltrekken op peruaanse wijze, maar haakte ook al snel af. We hebben gemerkt dat de kinderen hier niet de tijd krijgen dingen werkelijk te begrijpen. Er worden voornamelijk trucjes aangeleerd, terwijl ze geen flauw idee hebben waar ze eigenlijk mee bezig zijn. Jammer, want dit heeft een merkbaar negatief effect op het zelfvertrouwen van de kinderen.

Zoals eerder genoemd hebben wij ons ook -en zoals later bleek: vooral- beziggehouden met het schilderen van een muur bij de ´school´ in het kader van een ecologieproject. Af en toe best een lastige klus om de jonge pubertjes aan het werk te krijgen en vooral te houden. Motiveren, structureren en bevestigen van de kinderen stonden zeer hoog op ons lijstje tijdens deze activiteit.



In totaal hebben we zo´n zes dagen aan de muur gewerkt en is het resultaat daar ook naar. Trotse kinderen, een kleurige muur en leerzame teksten rondom milieu(bescherming) die vanaf de straat te lezen zijn. Zoals eerder genoemd is dit hard nodig, want zelfs tijdens het schilderen van een tekst als ´La basura contamina la naturaleza´ (Afval vervuilt de natuur) worden er door de jonge kunstenaars volop papiertjes en schadelijkere zaken op de grond gegooit. Frustrerend maar logisch, want als je om je heen kijkt in de stad zie je overal hetzelfde gebeuren. Ze weten gewoon niet beter. Opvallend is wat ons betreft echter wel, dat de link tussen de mooie woorden uit het ecologieproject en de praktijk maar zelden wordt gelegd..

Inmiddels hebben we -afgelopen donderdag- afscheid genomen van de kinderen en leraren. Dit ging uiteraard gepaard met ´mucho cariño´ (veel liefde) en we blijven gelukkig ´por siempre en sus corazónes´ (voor altijd in hun hart). Allemaal een tikkeltje te sentimenteel naar onze smaak, maar ook dát is een stukje Zuid Amerika..

CEIDHU
Het bijwonen van een aantal kindergroepen van CEIDHU was wat ons betreft een bijzondere ervaring. We werden zonder moeilijkheden opgenomen in de groep door zowel kinderen als
leid(st)ers. Hoewel de bijeenkomsten wat weinig gestructureerd verliepen, genoten de kinderen merkbaar van het samenzijn en de aandacht die ze op deze momenten ontvingen.
Er is ontzettend veel geknuffeld (al dan niet verstopt in een spelletje voor het wat meer timide of oudere kind), maar er was ook ruimte voor wat serieuzere zaken. Zo worden de ´campesinos´ (mensen van het platteland) hier bijvoorbeeld nog steeds gediscrimineerd. Het toeval wilde dat 24 juni de dag van de campesino was en CEIDHU daarom op de zaterdag ervoor een demonstratie tegen de discriminatie wilde organiseren. Ook wij waren als gringo´s natuurlijk van harte welkom en zelfs meer dan dat : wij konden namelijk wel mooi met een zo donker en armoedig mogelijk gekleed kindje op onze arm door de stad lopen om op directe wijze meer gelijkheid te prediken..

Na een aantal vergaderingen en een korte maar heftige reis in een met 10 kinderen en 3 volwassenen gevulde taxi was het dan zover: Daar stonden we dan met alle groepen en daarmee in totaal een dikke honderd kinderen op de centrale plaza van de stad. De drieduizend kaartjes met positief stimulerende teksten konden worden uitgedeeld en het spanbord (zie foto) door de kinderen worden rondgedragen.



Binnen een half uur waren alle kaartjes op en hadden tientallen toeschouwers ons op de foto staan. Nu maar hopen dat het op een positieve manier blijft hangen, want aan demonstraties en optochten zijn ze hier in Huancayo wel gewend. Bijna dagelijks vind hier in het centrum -met veel gedoe- iets dergelijks plaats, waarbij uiteindelijk vooral de aandacht naar óf de mooigekleurde kostuums óf het vastzittende verkeer uitgaat..

Na de succesvolle `demonstratiedag´ hadden we echter nog maar één bijeenkomst tegoed, waarin we meteen afscheid hebben moeten nemen. Opnieuw veel geknuffel, een hoop tekeningen en zelfs wat knuffels en poppen die ze ons graag wilden schenken. We hebben inmiddels bij alle drie de groepen het afscheid achter de rug. Niet echt een prettige ervaring uiteraard, al was het alleen al omdat Jaap juist nét in deze periode door de griep is geveld.
We zijn hier beide ontzettend veel ziek (geweest). Wellicht het klimaat: stikheet in de zon, maar veel te koud in de schaduw. Dan kun je nog zo leuk laagjes aan doen, maar je wordt er helemaal gek (en verkouden) van..

Wawa Kuna
Binnen het `centro del estimulación´ voor de kleintjes hebben we uiteindelijk toch de meeste contacten opgebouwd. Door elke week drie ochtenden van acht tot één door te brengen met de leidsters en kinderen hebben we ons hier echt een beetje thuis kunnen voelen. Zelfs de ouders begonnen zo langzamerhand een beetje aan ons -lange, blanke gringo´s- te wennen. Een hele kunst overigens, want we worden hier in de stad écht als `exoticos´ (zoals één van de vele mensen die ons uit pure nieuwsgierigheid aansprak het treffend noemde) gezien en behandeld.

Eigenlijk zaten we prima in ons ritme van ontbijt (gebakken vis, aardappels in scherp sausje, spaghettiachtig spul), luier verwisselen/laten plassen/voorkomen dat er in het hoekje wordt gepist, refrigerio (stukje fruit, gelatine, wat dan ook), vrije activiteit en het netjes kammen van de haren voor de ouders terugkomen. Dit werd echter ruw onderbroken door een plotseling feestje op wat later onze laatste dag bleek te zijn. (Op de dag die wij in gedachten hadden, bleek namelijk weer één of ander feest te zijn. Zijn ze hier erg goed in..)
Een grote tent, een enorme chocoladetaart, snoepjes, koekjes en een heuse piñata (zo´n met cadeautjes gevuld ding dat je kapot mag slaan ter ere van je verjaardag). Er bleken namelijk meerdere jarigen te zijn, waaronder.. Dorien!



Achteraf bleken Rik en Trijnie het één en ander geregeld te hebben, terwijl wij netjes in de veronderstelling waren dat het binnen deze organisatie heel normaal was om zo´n groot feest voor elke peuter te geven.. Overigens écht een aanrader om te feesten met een groep peuters, geweldig!

´s Avonds hebben we met de hele familie van der Ploeg nog een enorme taart weggewerkt, want ook daar kwamen we de afgelopen tijd regelmatig over de vloer. Naast de hartelijke en open ontvangst van een maand geleden, hebben we ons daar meerdere avonden erg welkom gevoeld en onder het genot van een wijntje veel geleerd van hun ervaringen in dit land.

Helaas is het einde nu echt in zicht en zullen we maandagavond uit Huancayo vertrekken. Met opnieuw een overstap in Lima zullen we richting Trujillo vertrekken voor ons laatste weekje Zuid Amerika.




Monday, June 11, 2007

Aan het werk

Huancayo
Huancayo –in de Andes ter hoogte van Lima gelegen op zo´n 3200 meter- blijkt voor ons een prima stad om te wonen, maar kent grote verschillen in arm en rijk. De enorme, talrijke buitenwijken (Huancayo is met bijna een half miljoen inwoners de 5e stad van Peru) worden vaak bewoond door arme families die voor het Lichtend Pad of leger naar ´de veilige stad´ zijn gevlucht.
Huancayo is om bovenstaande reden in de jaren ´80 en ´90 qua bevolking geëxplodeerd terwijl er maar weinig voorzieningen zijn om al deze mensen op te vangen.

Nadat we in de vroege ochtend van de eerste junidag aankwamen, zijn we op zoek gegaan naar een –eventueel tijdelijke- slaapplaats. We kwamen terecht in een hotel in het centrum van de stad. Goedkoper dan de meeste plaatsen waar we de afgelopen maanden hebben overnacht en ideaal gelegen uiteraard. Na wat onderhandelingen bleek de prijs vanwege ons lange verblijf nog wel wat omlaag te kunnen.
Meteen dezelfde dag hebben we een bezoek gebracht aan de familie van der Ploeg. Rik, Trijnie en hun 5 kinderen wonen sinds ruim 1,5 jaar in Huancayo en houden zich –heel druk- bezig met (het opzetten van) diverse projecten.

Wawa Kuna
Al snel bleek dat wij ons ook niet hoefden te vervelen en mee kunnen helpen bij diverse ´organisaties´. Zo zijn wij de komende weken op maandag-, woensdag- en vrijdagochtend te vinden bij Wawa Kuna, een opvang voor kinderen van 0 tot 3 jaar. Dit is zeer nodig aangezien hun moeders ´s ochtends op een nabijgelegen markt werken en de kinderen normaal gesproken de hele dag in een kleine verkoopstalletje zitten. Een beetje speelruimte kunnen de meeste kinderen hier in in zowel letterlijke als figuurlijke zin wel gebruiken.

De afgelopen week heeft Dorien zich met name bezig gehouden met de aanwezige baby´s, terwijl Jaap een groep van zo´n 14 peuters in toom probeerde te houden. Gelukkig niet alleen overigens...



Niños del Futuro

Dinsdags en donderdags helpen we bij een heus ´huiswerkinstituut´. Hier wordt aan kinderen tussen de ongeveer 5 en 13 jaar ruimte en gelegenheid geboden voor het maken van hun huiswerk. Met enige regelmaat zijn er leraren aanwezig om vragen te beantwoorden, maar in de meeste gevallen kunnen ook wij ze een stukje op weg helpen.
Zowel in de ochtend als in de middag zullen wij de oudste groep kinderen gaan begeleiden. Dit houdt eerst een uur of twee huiswerk maken in, om vervolgens wat meer te ontspannen door middel van diverse activiteiten. Waarschijnlijk zullen wij met onze groepjes de muur rondom het gebouw wat op gaan fleuren met een likje verf. Momenteel zijn de kinderen bezig met een ecologieproject, opgezet door andere Nederlandse vrijwilligers. Gezien de manier waarop Peruanen met de natuur omgaan is dat zeker wel nodig.

CEIDHU
Ook in het weekend maken wij ons –hopelijk- nuttig, door aanwezig te zijn bij een aantal bijeenkomsten van kinderen in de buitenwijken van en dorpen rondom de stad.


Tot nu toe hebben we alleen nog maar een kort bezoek gebracht, maar toch al een redelijke indruk gekregen. De kinderen `del campo´ (van het platteland) zijn duidelijk meer timide en kunnen het beetje extra aandacht en liefde van onze kant goed gebruiken. Het gaat in ons geval om twee groepen op zaterdag (waarbij Dorien bij de één en Jaap bij de ander gaat helpen) en één groep op zondag (waar we beiden aanwezig zullen zijn).
De bijeenkomsten zijn opgezet door CEIDHU, een organisatie die zich richt op de armste gezinnen uit de buitenwijken van Huancayo. Helaas weten we even niet meer waar de afkorting voor staat..

Tijd als toerist
In onze vrije uurtjes zijn we voornamelijk in bed, in een -vaak chinees- restaurant, of op de markt te vinden. Van laatstgenoemde zijn hier nogal wat kleurrijke exemplaren te vinden.



Het is altijd leuk om hier wat rond te lopen, er is genoeg te zien en vooral de wat oudere dames zorgen voor voldoende aanspraak.
Onderwerp van gesprek is in de meeste gevallen óf de lengte van Jaap (Hoe lang hij precies is en wat hij doet om zo lang te worden) óf het feit dat we nog stééds geen kinderen hebben en waarom dan wel niet. Hoe dan ook, wij vermaken ons hier nog wel een tijdje.

Volgende keer meer over onze dagelijkse bezigheden. Voor meer informatie over Wawa Kuna en de andere projecten van de familie van der Ploeg: bezoek de website! www.ploegen.com

Thursday, May 31, 2007

Zuidkust Peru

Nazca
Nazca, een onbeduidend woestijnstadje dat midden vorige eeuw beroemd werd met hulp van een excentrieke Duitse wiskundige en een aantal lijntjes in de woestijn.
De tegenwoordig als Nazca-lijnen bekend staande structuren in de woestijn zorgen er inmiddels voor dat miljoenen toeristen dit gebied met een bezoek vereren. Ook wij moesten er aan geloven. De lijnen werden in de jaren twintig ontdekt door overvliegende piloten. Vanaf de grond is er namelijk geen soep van te breien. Mevrouw Reiche heeft vervolgens 50 jaar van haar leven gespendeerd aan het in kaart brengen van het gebied en ontwikkelen van allerlei ingewikkelde theorieën.

De eerste avond van ons bezoek (waarbij we in hostal ´Brabant´ verbleven) hebben we het plaatselijk planetarium bekeken. Heel mooie presentatie waarin verschillende theorieën omtrent de lijnen en tekeningen naar voren kwamen. Ze varieerden van een religieuze watercultus tot landingsplaatsen van ET-voertuigen. Wonderlijk genoeg was de laatste het minst onderbouwd. De presentatie was trouwens behoorlijk objectief. Eerdere ´grootse ontdekkingen´ als: `De zon komt op 21 juni –midwinter- exact in deze rechte lijn op´ werden gerelativeerd: ´Logisch, met zoveel lijnen moet dat wel een keer gebeuren´. Na de presentatie mochten we een blik door de telescoop werpen op Jupiter -inclusief 4 van zijn manen-, Saturnus -met ringen- en tenslotte de maan.




De volgende ochtend begon het grote avontuur. In een vierzitter mochten we een half uur boven de lijnen rondvliegen. Niet ontbeten, om te voorkomen dat we het nog een keer terug zouden zien. Toeristen hebben namelijk heel wat over voor goede foto´s: bochten van zo´n 90º boven de figuren voor een ideale blik op het bizarre stuk grond. Een woestijngedeelte van 525 kilometer is bezaaid met rechte lijnen, driehoeken, trapezoïden en allerlei figuren van honderden meters lang. Vanuit het vliegtuigje hebben we ruim 13 dieren- en plantenafbeeldingen kunnen bewonderen. Zeer bizar..



Kolibri

Pisco
Na Nazca togen we een paar uur verder noordwaarts. Vlakbij het stadje Pisco -naamgever van ´s lands trots, de loeisterke brandy en basis van Pisco Sour- liggen namelijk de Islas Ballestas. Wij budgettoeristen voelden ons verplicht deze eilanden met een bezoek te vereren aangezien ze ook wel bekend staan als de ´poor mans Galapagos´. Tijdens onze twee uur durende rondvaart werd duidelijk waarom.
De boot werd omzoomd door duizenden vogels varierend van meeuwen tot enorme pelikanen. De eilanden zijn compleet witgescheten. Deze guano heeft zelfs een hele oorlog veroorzaakt aangezien Spanje wel oog had voor dit hoog vruchtbare goedje.



Islas Ballestas

Daarnaast leven rond de eilanden nog hele groepen pinguïns, zeehonden en -leeuwen. De laatste konden we tot op een paar meter naderen. Uiteraard leuk, maar wij zetten onze vraagtekens bij de ecologische waarde van onze reis. Waarschijnlijk was het genoegen van de ontmoeting niet geheel wederzijds.
Als bonus op de reis werden we nog enige tijd vergezeld door een aantal dolfijnen die in de buurt van de boot wat op en neer duikelden. Geweldig!




Een prima afsluiting van onze avonturen aan de kust van Peru. Van hieruit trekken we ons weer terug de bergen in. Op naar Huancayo waar we onze handen eindelijk eens flink uit de mouwen hopen te kunnen steken.




Monday, May 28, 2007

Salkantay en Machu Picchu

Na een rustdag of 2 was het dan zover; ook wij werden verleid om een bezoek te brengen aan dé trekpleister van Peru: Machu Picchu.
Voor het zover was hadden we echter nog een hike van 5 dagen te gaan. Een aantal weken geleden hebben we via email vanuit Argentinië geprobeerd de bekende Inkatrail te boeken, maar dit bleek al maanden van tevoren te zijn volgeboekt. We hebben dus maar gekozen voor een alternatief genaamd ´Salkantay´. Woensdagochtend zeer vroeg werden we bij ons hostel opgehaald en naar een locale bus gebracht. Deze bracht ons tot het dorpje Mollepata waar we onze trektocht zouden beginnen. Hier bleek onmiddellijk dat onze groep niet uit 6 -zoals beloofd door de touroperator- maar 14 personen bestond. Een leuke groep, daar niet van, maar kom op.. 14?!
We kregen de mogelijkheid een deel van onze bagage op paarden te laden die dit voor ons mee zouden zeulen. Dit hebben we uiteraard vriendelijk geweigerd gezien onze succesvolle ervaring in het zuiden van Chili. Een kleine inschattingsfout..
De combinatie van sterke zon en hoogte (tot ruim 4000 meter) resulteerde in hoofdpijn en schrapende ademhaling bij de kleinste van ons tweeën (we noemen uiteraard geen namen). Gelukkig was dit snel verholpen nadat de backpack was afgegeven zodat er weer vrolijk fluitend van de natuur kon worden genoten.




Hoewel het overdag prachtig weer was, begon het ´s avonds al snel af te koelen. De nacht brachten we door in tentjes op een prachtige locatie, maar dat we al behoorlijk op hoogte zaten en de sneeuw steeds dichterbij kwam was te voelen.

Na een korte nacht maakten we ons op voor een behoorlijk zware tocht naar het hoogste punt van de trek: een pas van 4600 meter nabij de berg Salkantay. Een zeer indrukwekkende omgeving. Vanaf dit punt daalden we af naar de prachtige pampa, met als achtergrond de altijd aanwezige wolken van het regenwoud.
Een vreemde dag als je nagaat dat we vóór de lunch met muts en handschoenen naar de sneeuw stonden te kijken en ´s middags in onze t-shirtjes door de jungle liepen. Na een tocht van zo´n 8 uur bereikten we aan het eind van de middag de locatie waar we zouden overnachten. De tentjes werden weer opgezet en het warme eten werd enthousiast ontvangen. Al deze taken werden overigens uitgevoerd door de koks of ´horsemen´, want ja.. die waren ook nog allemaal mee..



De daarop volgende dag werd er één met wat meer zon. Onder een heldere hemel daalden we af in de Salktantayvallei waar we allereerst een dood stinkdier zagen liggen. Een lekker begin van de dag.. Ondanks het feit dat de gids -net als de overige dagen- voor ons uit rende hebben we het zelf deze dag maar wat rustiger aan gedaan om van de gevarieerde omgeving te kunnen genieten.
´s Middags kregen we vreemd genoeg de mogelijkheid aangeboden om een deel van de hike (!) met de bus af te leggen. Nog vreemder was echter dat het grootste deel van onze groep inclusief gids er voor koos om op deze manier verder te reizen. Een rustig middagje dus met slechts één andere reisgenoot uit Duitsland die ons vergezelde tijdens de 3 uur durende wandeling. Dit werd nog dezelfde avond beloond met een bezoek aan de aguas termales, gelegen op een klein half uurtje vanaf de slaapplaats. Daar dus maar in het warme water uitgerust, tegen de schemering 20 minuten teruggehobbeld in een vrachtwagen om na een heerlijk diner onze slaapzakken in te kruipen.



Dag 4 was al met al wat warm en saai. Hoewel de weg waar we ons ´s morgens op begaven wel omzoomd was met prachtige bergen. Drie uur hebben we de weg naast een snelstromende rivier gevolgd, tot we uitkwamen in het vreemdgenaamde plaatsje Hydroelectrica. Hier hebben we een lunch genuttigd die we goed konden gebruiken. Het middagprogramma bestond namelijk uit het urenlang volgen van treinrails. Een bijzondere en ook enigszins misselijkmakende bezigheid. De rails leidden ons naar Aguas Calientes, de plaats waar alle toeristen voor Machu Picchu zich verzamelen. Met een beetje fantasie is dus wel te bedenken hoe het er daar ongeveer uitziet.. Wij hadden echter geen tijd of gelegenheid om daar te lang bij stil te staan. En wel om twee redenen. Ten eerste werden we de volgende ochtend om 4 uur aan het ontbijt verwacht en ten tweede sliepen we deze nacht in een hotel met zachte bedden en een warme douche..

Onze vroege start had met name te maken met de zon die iedereen natuurlijk graag op zou willen zien komen over Machu Picchu. Daarnaast lagen er nog een dikke 1600 traptreden in Inkastijl tussen ons en deze wereldberoemde plaats. Desalniettemin waren we ruim op tijd ter plekke om een aantal foto´s zonder hordes toeristen te kunnen schieten en de zon prachtig op te zien komen.



Het is inderdaad bijzonder: de grauwe –maar nog prachtige- gebouwen, het extreme groene gras op de ´pleinen´ en met name uiteraard de locatie! Gelegen op ruim 2 kilometer hoogte, omringd door nog hogere bergen waarvan het opeens zeer begrijpelijk is dat de Inka deze hun beschermers noemden.

Na een korte rondleiding door het complex konden we de omgeving op eigen gelegenheid verder ontdekken. Verrassend genoeg bleek dit zeer ontspannen en rustig te zijn. Het grote aantal toeristen lijkt als het ware op te lossen in het grote gebied dat Machu Picchu in beslag neemt.

Een aantal uren later hebben we ons toch maar losgeweekt van het nieuwe wereldwonder en zijn we teruggekeerd naar Aguas Calientes van waaruit we de trein naar Ollantaytambo hebben genomen. Hier stapten we over op de bus naar Cusco voor onze laatste nacht daar..


Monday, May 21, 2007

Welcome to the jungle

De afgelopen weken hebben we doorgebracht in het nationaal park Manu. Eén van de grootste nationaal parken ter wereld, mete en wildleven dat qua diversiteit dat van continenten als Europa en Noord Amerika te boven gaat. De jungle dus. Bekend van enge dieren en heel veel muskieten. Dat laatste bleek vooral te kloppen.

Maandagochtend werden we voor dag en dauw opgepikt door de tot bus omgebouwde vrachtwagen die ons vanuit Cusco naar de jungle zou brengen. Vol spanning vertrokken we voor 14 dagen hitte, vocht en wat dies meer zij. Onze groep bestond uit een gids, een kok, drie spanjaarden –met als trots een souvenir uit Nederland: een Simsonblikje voor de wiet-, een amerikaanse en wij.
De eerste dag bestond vooral uit afdalen. We reden tot het eind van de middag. Onderweg een aantal prachtige uitzichten over bewolkte regenwouden met tientallen watervallen. ´s Middags onze eerste tropische vogel -`Gallito de las rocas´- geobserveerd. De vogel met zijn knalrode kop en kuif vliegt tegen het eind van de middag naar speciale locaties om daar indruk op de wijfjes te maken.
Onze eerste overnachtingslocatie bevond zich aan de overkant van een rivier. Alleen te bereiken met behulp van een primitief soort kabelbaan. Heerlijk geslapen en de volgende ochtend prima ontbeten. Wat betreft dat eten: dat was gedurend de hele reis echt super.
De volgende dag onze eerste en enige slang ontmoet: een dode Boa Arco Iris (regenboog) van een dikke meter lang. Gezien de staat waarin het beest verkeerde konden wij zonder problemen doorreizen naar onze volgende locatie waar we zouden inschepen. Van onze achtdaagse tour hebben we namelijk zes dagen op het water doorgebracht. Geen onaangename ervaring overigens in de mooie typische smalle rivierboot die hiervoor beschikbaar was. Met name dankzij het dak en de twee bemanningsleden.

Onze priverivierboot

Aangezien we deze dag zo´n negen uur op de brede rivier hebben doorgebracht, waren we erg blij met het prachtige weer. Tegen de avond meerden we aan in de buurt van een `hotel´, midden in het bos. We hadden helaas -volgens een andere groep- net twee jaguars gemist, maar hebben ons ter compensatie wel over zowel een piraña als een tarantula kunnen buigen. De volgende dag was het afgelopen met het mooie weer. Regen en -althans voor de jungle- kou zorgden ervoor dat ons geplande uitje naar een enorme groep papagaaien helaas niet door kon gaan.

Bij gebrek aan beter dus maar een foto van wat `huisdieren´ in Boca Manu

Faunistisch hoogtepunt van de dag waren een paar aapjes -hoog slingerend in de bomen- en een dode tapir –de koe van de jungle of eigenlijk meer een kruising tussen varken en olifant- die door een aantal gieren uit de rivier werd opgepikt. De nacht brachten we door in een uitkijkpost op palen om met een beetje geluk wat levende tapirs te kunnen spotten. Maar helaas, zo gemakkelijk laten ze zich niet pakken.. Achteraf bleek overigens dat er die week een puma langs was geweest en daar hadden onze vrienden het niet zo op.
Onze ´pech´ van de eerste dagen betaalde zich ruimschoots uit toen we het eigenlijke park `Manu´ binnengingen. Het weer knapte weer wat op en dankzij de regen van de voorgaande dagen verlieten alle reptielen het water om zich door de zon op te kunnen laten warmen. Zodoende hebben we tientallen schildpadden en kaaimannen kunnen zien, waarvan de laatstgenoemden tot wel zes meter lang waren. Indrukwekkend.
Als toerist mag je maximaal twee nachten in het eigenlijke park verblijven. Wij brachten deze door bij de Matchigenga´s, een inheemse stam die nog leeft met hun eeuwenoude gebruiken. Het dorp had –via toeristen- enig contact met de buitenwereld. Er leven in Manu echter nog stammen waar al twintig jaar niets meer van vernomen is. De laatste contacten werden op vrij aggressieve manier verbroken en nu nog verdwijnen er af en toe leden van vredelievender stammen..


In het park maakten we -naast de traditionele voetbalwedstrijd tegen en met de Matchigenga´s- een aantal uitstapjes waarbij we tientallen prachtige vogels en een heel aantal (kapucijner)aapjes hebben gespot. Daarnaast werden we iedere ochtend door het geluid van en aantal brulapen gewekt, welke we helaas niet hebben gezien. Tijdens één van onze boottochten ontmoetten we de reuzenotter –hier rivierwolf genoemd- die tot 2 meter lang kan worden. Eet zelfs kaaimannen. In het park leeft ook het grootste knaagdier ter wereld, de capibara. We hebben in totaal 3 gezinnen en 2 individuen van deze giganten gespot. Ze zien eruit als een reuzecavia –formaat wild zwijn- en maken het geluid van een bang konijn, hoog, zacht gepiep. Bijzondere combinatie overigens..


De familie Capibara

Op het vliegveld bij de uitgang van het park, Boca Manu Internacional (een grasveldje bij een geweldig dorpje) zetten we de Amerikaanse op het vliegveld. Wij hadden nog twee dagen stroomopwaarts te gaan. Geen heel spectaculaire dieren dit keer, hoewel onze eerstvolgende slaapplaats een jonge tapir als huisdier hadden aangenomen. Het beest genaamd `Pancho´ komt sinds de dood van zijn moeder (ja: een jager..) elke dag wat fruit of overblijfselen van de toeristenlunch halen. Het was overigens nog maar een kleintje; tapirs zijn de grootste landdieren van de jungle en wegen doorgaans meer dan 200 kilo.


Jaap met Pancho

Bij aankomst op deze plek was het kamp enigszins in rep en roer. Er zou een shushupe zijn gesignaleerd. Deze slang die ook bekend staat als ´bushmaster´ is dodelijk giftig. Wij zagen niet meer dan wiebelende struikjes en volgens onze gids was het `slechts´de ongevaarlijke Boa Arco Iris. Helaas..
De laatste nacht sliepen we in de lodge van onze gids. Hij is namelijk ook part-time natuurbeschermer. Hij leidde ons rond op zijn agriculturele project en liet ons twee herintroductiedieren zien.
De groep keerde hierna terug naar Cusco. Wij bleven nog een week -samen met één van de Spanjaarden- voor het vrijwilligerswerk. Gedurende deze periode verbleven we op de locatie waar we ook de eerste nacht van de tour hadden geslapen. Dit was vorig jaar door onze touroperator aangekocht van Raul, onze begeleider deze week. Zijn doel (althans gedurende de afgelopen week) was het bereiken van een waterval, erg ver bergopwaarts. Dit is ons helaas niet gelukt. Wel hebben we veel kunnen oefenen met het werken met machetes, van levensbelang in de snelgroeiende bossen van de jungle.

Wat ziekjes weliswaar, maar niet te onderschatten..

Deze tweede week was erg regenachtig. Hierdoor kwamen we ook niet toe aan het eigenlijke doel van ons vrijwilligerswerk: een inventarisatie van de dieren in de buurt van het reservaat. De dieren blijven tijdens regenval -heel slim- gewoon lekker op hun plekje. Ondanks dit feit is er voor degenen die er oog voor hebben nog genoeg interessants te ontdekken. Termietenheuvels, muskieten, vreemdgevormde lianen, muskieten, dikke bamboestengels met drinkbaar water, muskieten en ontzéttend veel vlinders met verbazingwekkende formaten en kleuren. Tijdens één van onze wandelingen kwamen we langs de plek waar die nacht een jaguar een prooi had gevangen en iets verderop zagen we de klimsporen van een brilbeer. Helaas hebben we deze dieren niet in het echt gezien. Maarja, verrassend is het niet. Neem nou Raul, heeft zijn hele leven in de jungle gewoond, is zelfs door een shushupe gebeten –overleefd dus- en heeft in totaal maar 4 jaguars gezien. De jungle is nu eenmaal geen dierentuin..
Wel een plek om een onvergetelijke ervaring op te doen waar we zowel kortetermijn –muggebulten- als langetermijn herinneringen aan hebben overgehouden.

Thursday, May 3, 2007

Lago Titikaka

Copacabana
Zaterdagochtend namen we -vanaf de begraafplaats van La Paz- een bus naar Copacabana waar we aan het eind van de middag arriveerden.
Het stadje ligt aan het Titikakameer en wordt voornamelijk gebruikt als startpunt voor een ontdekkingstocht van Isla del Sol en la Luna, geboorte-eilanden van de Inca-religie.
Het heeft echter zelf ook het een en ander te bieden, waaronder een prachtig plein met witte kerk:

en een dagelijks inzegenritueel waarbij auto’s met wijwater (en vervolgens alcohol) worden besprenkeld en een aantal bloemenkransen omgelegd krijgen.
Ze houden hier wel van een feestje op z’n tijd. Met name als er alcohol genuttigd kan worden. Zo werden wij onze eerste nacht in Copacabana verrast door een ‘ietwat aangeschoten’ kerel die bij ons in de kamer wilde slapen en daarvoor bereid was de deur in te rammen..

Isla del Sol
Tegen elf uur de volgende ochtend lieten wij Copacabana achter ons en gingen inclusief backpack op weg naar het Eiland van de Zon. We besloten de gebruikelijke boottocht over te slaan en in plaats daarvan naar het noordelijkste puntje van het vasteland te lopen en van daaruit de oversteek te maken. Na een prachtige wandeling van zo’n drie uur werden we aangesproken door een jongen die ons voor 20 bolivianos per persoon (zo’n 2 euro) wel naar het eiland wilde roeien. Jaja:
Een uur en zes blaren later stapten we aan wal waar we via een paadje naar een van de drie dorpjes op het eiland liepen. Onderweg werden we door tientallen kinderen aangesproken die wel een hostel voor ons konden regelen. Maar wij hadden onze tent mee.
Het leek ons namelijk wel romantisch om op het strand te kamperen. We eindigden echter op een grasveldje tussen restaurant en hostel. Geen ramp overigens, want bovenop de berg
-waar het eiland in feite uit bestaat- hadden we prachtig zicht op zowel de oost- als de westkant. Theoretisch dus zowel zonsondergang als zonsopgang.
‘s Avonds maar een flesje wijn bij ‘ons’ restaurant gedronken want we hadden gehoord dat de nachten erg koud konden zijn. Dit viel achteraf gezien gelukkig erg mee. Misschien door de wijn, maar meer waarschijnlijk door de regen.. Gelukkig heeft onze tent zich
-opnieuw- goed gehouden. Driewerf hoera, voor tent en koningin.

De volgende dag zijn we over de centrale heuvelrug van het eiland naar het noorden gelopen. Een wandeling van opnieuw een dikke drie uur in felle zon en te weinig zuurstof.
Het was en is goed te merken dat we op bijna 4 kilometer hoogte zitten.
Onderweg kwamen we nog wat ruines tegen die ons –wellicht gezien bovenstaande redenen of onze ‘peruaanse achtergrond’- eigenlijk niet enorm konden interesseren. Maar doorgelopen naar Challapampa, het dorpje waar net als in het zuiden ook boten richting Copacabana zouden vertrekken. We hadden de laatste echter net gemist wat inhield dat we alleen nog maar met een privebootje terug konden gaan of nog een nacht op het eiland moesten blijven.
Nou zou dat laatste niet zo’n probleem zijn, ware het niet dat we over een aantal dagen weer in Cusco worden verwacht voor een tocht naar de jungle..
Een privebootje naar het zuiden van het eiland dus maar, aangezien we daar nog wel door de ‘grote boot’ opgepikt konden worden. Na een te lange tocht van 2 uur over het water op piepkleine houten bankjes keerden we weer terug bij ons beginpunt.

¡4 Oranje dingen gespot deze Koninginnedag..!

Puno
Onze laatste dag in Bolivia..
‘s Morgens namelijk bustickets gekocht voor onze oversteek naar buurland Peru. Om een uur ‘s middags stonden we klaar bij onze bus –immigratiepapieren in te vullen-, om half twee vertrokken we uit Copacabana en om tien over half twee hadden we de grens bereikt. Het ging dus allemaal vrij vlotjes, hoewel de reis van grens naar Puno (onze volgende bestemming gelegen aan de noordkant van het meer) toch wel weer wat langer leek te duren. Waarschijnlijk mede omdat we onderweg een zelfde soort bus op z’n kant zagen liggen met alle verbouwereerde passagiers ernaast..

Islas Flotatantes
Vanuit Puno hebben een tweedaagse tocht naar een aantal van de Peruaanse eilanden van het Titikakameer ondernomen. Deze begon met een bezoek aan de floating islands, bestaande uit 50 piepkleine dorpjes –ieder op een eigen eiland- die geheel van en op riet zijn gebouwd. Een bijzonder(e, ) soppige ervaring met een in onze ogen zeer hoog ‘mensjeskijken-gehalte’. Enigszins aangepast aan de moderne tijd waren de bewoners wel, de tv’s draaiden op zonne-energie.

Rieten bootje

Amantani
Het tweede eiland waar we tegen de middag aankwamen was een stuk groter en niet van riet. Bij aankomst werden we onmiddellijk meegenomen door een vrouwtje in klederdracht bij wie we –samen met twee australiers- de nacht door zouden brengen. Hierbij waren ook drie maaltijden inbegrepen. Deze waren niet om over naar huis te schrijven –sorry doen we toch-, maar gelukkig vonden we ergens een vrouwtje die nog wat alpaca (betere versie van de lama) roosterde.

Amantani, veel landbouw

Taquile
Vanaf Amantani vertrokken we om 8 uur over vrij wild water naar het buureiland, Taquile. Dit is wat kleiner, maar verder een beetje van hetzelfde. Grappig is dat in heel Bolivia en Peru overal vrouwen aan het handwerken zijn voor de toeristen, maar dat op Taquile de mannen hun eigen specialiteit hebben: ze breien mutsen waaraan je hun burgelijke staat kunt aflezen. Op dit eiland kwamen we een tourgroep tegen –gelukkig gingen wij op individuele basis- en hebben we nog heerlijk gegeten. Het Titikakameer bevat namelijk naast alle superlatieven en legendes ook gewoon de grootste forel ter wereld. Voldaan, verbrand en vermoeid keerden we terug naar Puno.

Het komende weekend zullen we vertrekken naar Cusco en ons voorbereiden op twee weken jungle.






Potosi, Sucre & La Paz

Potosi
Deze hoogste stad ter wereld ligt aan de voet van de Cerro Rico, een berg die de stad gedurende eeuwen zowel grote welvaart als grote problemen heeft gebracht. De berg zit namelijk vol metalen, waarvan zilver er een is. 300 Verschillende mijnen zorgen ervoor dat wij Europeanen in onze zilverbehoefte bevredigd kunnen worden.
Wij kwamen er midden in de nacht van donderdag op vrijdag aan terwijl bijna alle hostels hun deuren hadden gesloten. Een vijfde slaperige kop was gelukkig zo aardig ons een kamer aan te bieden. Er zijn namelijk relaxtere locaties om te overnachten dan op 4000 meter hoogte in de straten van een Boliviaanse stad.
De volgende dag hebben we de mijnen bezocht. Maar niet voordat we cocablaadjes en dynamiet voor de mijnwerkers hadden gekocht bij een van de winkeltjes rondom de berg. Een zeer gewaarde compensatie voor het rondkijken op hun werkterrein.

En een beetje coca voor jou...

We hebben de sigaretten en flesjes 96% alcohol -ter consumptie- maar laten liggen. De tour was heel bizar en wel wat deprimerend. Diep onder de grond -in de af en toe ontzettend smalle en benauwde gangenstelstels- kwamen we heel wat kerels tegen. Jongens vanaf 14 jaar, terwijl ons op dat moment al bekend was dat zij hoogstwaarschijnlijk niet langer dan 15 jaar zullen leven na hun eerste dag in de mijn..
De tour werd afgesloten met een offerritueel aan de mijngod -een of andere halve duivel, vinden ze hier ook heel gewoon- en een explosie met een klein deel -ruim voldoende- van het door ons aangeschafte dynamiet.

Sucre
Vanaf Potosi wilden we graag op traditioneel Boliviaanse wijze naar onze volgende stad doorreizen. Per camion (vrachtwagen). Het kostte wat moeite, maar uiteindelijk konden we tussen 15 Bolivianen, tien kisten met druiven, twee kasten en een bank de ongeveer 3,5 uur durende reis beginnen. Heerlijk. Lekker met je kop in de wind is heel wat beter dan zo’n muffe nachtbus.
Sucre is het Den Haag van Bolivia (constitutionele hoofdstad). Een stad met veel mooie oude gebouwen en een hoop historie. Hier zullen we jullie niet mee vermoeien, voor de freaks is dit ook wel op internet te achterhalen. We hebben hier zelf ook vooral een beetje gerelaxed. Oh ja, en kroketten gegeten in een door Nederlanders overspoelde kroeg. Beroerd.

Dorien in de camione


La Paz
Bolivia is een land van extremen. Terecht dus dat het de hoogst liggende hoofdstad ter wereld heeft. Berucht om revoluties, overvallen, hoogteziekte en (op voetbalgebied:) Bolivia-uit-is-altijd-moeilijk. De stad zelf viel 100% mee. Leuke straatjes en een aantal interessante musea.

Museumstraatje in La Paz

Een mooi voorbeeld van het laatste: het Coca museum. Dit museum behandelt de historie van het wereldberoemde blaadje. Hoe het -volkomen onschuldig- duizenden jaren in de Andes is gekauwd, zoals wij in het westen al jaren onze koffie lurken. Tot op een dag een Amerikaan de werkzame stof –cocaine- wist te extraheren. Het gedonder was begonnen. Twee continenten raakten eraan verslaafd, met veel naardere gevolgen dan het blaadje zelf heeft. Onze heldere vrienden uit de VS besloten het probleem ‘bij de wortel aan te pakken’ en roeiden alle velden van de Boliviaanse keuterboertjes –waaronder de, immens populaire, huidige president Evo Morales- uit. Zoals we allemaal weten heeft dat enorm goed gewerkt, de illegale handel floreert als nooit tevoren. Als klap op de vuurpijl zijn er nu enkele tientallen landen die coca voor medicinale doeleinden mogen produceren. Saillant detail: Dit zijn allemaal westerse landen, Peru en Bolivia horen hier niet bij.

Maar goed, La Paz dus. We hebben bijna de helft van onze tijd daar in bed doorgebracht vanwege wat vage -maar verder vrij onschuldige- ziekteverschijnselen. Hoort erbij.
Gelukkig nog wel de tijd en gelegenheid gehad om de ‘Valle de la Luna’ te bezoeken. Een klein half uurtje in een van de prachtige, klassieke bussen van de stad en we stonden in een bizar maanlandschap aan de rand van de stad. Hier hebben we een kleine wandeling over de smalle paadjes met vaak diepe afgronden ernaast gemaakt. De rest van de middag hebben we doorgebracht in de goed onderhouden en vrij grote dierentuin van de stad waar we onze eerste puma hebben gespot.
Na 3 dagen hoofdstad en een aantal regenbuien besloten we de drukte achter ons te laten en verder te trekken naar het noorden. Peru is weer in zicht..

Friday, April 20, 2007

Bolivia: Tussen zand en zout

Het waren een paar stoffige dagen deze afgelopen week.

Zaterdag hebben wij ons vierde Zuid Amerikaanse land betreden. Vanuit Salta hebben we een nachtbus naar het Argentijnse grensplaatsje La Quiaca gepakt. Van hieruit werden wij geacht naar de grens met Bolivia te lopen en aldaar de gebruikelijke formaliteiten te ondergaan.
Aldaar vonden wij per toeval nog 100 Argentijnse pesos in één van onze paspoorten. Gelukkig was dit vóór de controle en hebben we op deze manier een gevangenisstraf in verband met poging tot omkoping kunnen vermijden..

Tegen zessen in de ochtend stonden we bepakt en bezakt aan de andere kant van de grens. Villazón -het plaatsje van waaruit wij een trein naar onze volgende bestemming wilden nemen- bleek doodstil. Na een kort onderzoek bleek dit te maken te hebben met een volkstelling die juist deze dag plaatsvond. In verband hiermee moesten alle mensen in hun huis blijven en waren er dus weinig winkels en restaurants open. Gelukkig hebben we het hier over Zuid Amerika en stonden alle deuren dus gewoon half open en zodat we nog wel wat dealtjes konden sluiten achter de ruggen van de politie op straat om. Onze trein vertrok pas om half vier ´s middags, dus jullie zullen begrijpen dat we ons enorm hebben vermaakt.

De treinreis van zo´n 7 uur verliep naar tevredenheid, behalve dan dat we midden in de nacht onze bestemming -Uyuni- bereikten. Gelukkig werden we onmiddellijk opgemerkt door een vrouwtje in traditionele kledij die ons uitnodigde mee te komen naar haar hostel. Prima, als er maar bedden zijn. Zo gaat dat als je ´s nachts een woestijnstadje betreedt waar dagelijks honderden toeristen binnenstromen.

Uyuni ligt namelijk vlak naast één van de grootste trekpleisters van Bolivia: de Salar de Uyuni, oftewel een enorm opgedroogd zoutmeer met een oppervlakte van zo´n 12000 km2.
Wij hebben ervoor gekozen om deze bijzondere plek (en omgeving) te bekijken door middel van een vierdaagse tour:

Dag 1
Maandagochtend -niet al te vroeg- vertrokken we met een groep van in totaal 8 personen per jeep (lees: toyota) richting het zout.
Het begin van de Salar wordt gevormd door een grote hoeveelheid ´cones´ waar het water uit kan zakken. Dit levert uiteraard prachtige beelden op.


Zout in water

Al vrij snel veranderde dit beeld echter in één grote witte vlakte. Een bijzondere en surrealistische ervaring: rijdend over kilometers glinsterend zout zonder ook maar iets anders te zien dan felwitte grond en blauwe lucht. Nou hadden wij toevallig wat bizarre foto´s zien hangen in een bar in Uyuni en leek het ons wel leuk om zelf ook wat te experimenteren:

Slechts één van de vele voorbeelden..

Ergens midden in het meer -op een eiland vol cactussen- hebben wij onze lunch genuttigd waarna we ons naar het ´Hotel de Sal´ hebben begeven. In dit hotel -waar zo´n beetje alles behalve dak en lakens van zout is- hebben we de nacht doorgebracht. Dit stelde echter niet heel veel voor aangezien we werden geacht om 5 uur aan het ontbijt te zitten..

Dag 2
Al met al waren we nog maar nét op tijd op de zoutvlakte om de zon daar op te zien komen. Het zout leek net ijs, de schaduwen waren enorm, maar de kleuren van de zonsopkomst vielen na Patagonië uiteraard wat tegen..
Deze dag geen enorme hoeveelheden zout meer, maar uren rijden door de woestijn. Vanwege de hoogte (4000 tot bijna 5000 meter) is de zon in dit gebied erg sterk en waren wij genoodzaakt ons zeer regelmatig in te smeren. De combinatie sunblock en stof is echter geen aanrader..
Onze gids/chauffeur/kok reed ons netjes langs een vulkaan en twee meren met flamingo´s. Het werd echter pas echt interessant toen wij ´s middags midden in de woestijn een Dalí-achtige arbol de piedra (boom van steen) naderden en vervolgens doorreden naar Lago Colorado dat door de combinatie zon en wind prachtig rood kleurde. Ook in dit meer bevonden zich flamingo´s die overigens het hele jaar door in dit gebied verblijven. Helaas allemaal nét iets te ver weg voor de perfecte foto natuurlijk.
Aan het eind van de dag -net als dag 1 trouwens- tevergeefs langs twee hostels gereden aangezien Boliviaanse touroperators blijkbaar niet van reserveren houden. Gelukkig had een derde optie wel plek en stond hier al snel een pot thee voor ons klaar. Ook dit keer op tijd de slaapzaal in vanwege een strakke tijdsplanning voor de dag van morgen.

Dag 3
Ja hoor.. om 5 uur zat iedereen netjes in de auto en lag onze bagage weer op het dak. Op naar de geisers. Een krappe anderhalf uur later stonden we in het ochtendgloren te staren naar een enorme hoeveelheid stoom terwijl een overdonderende herrie en indringende zwavelgeur onze slaperige hoofden binnendrong. Wat indrukwekkend zijn die dingen toch!
We kregen echter niet al te veel tijd om van dit natuurgeweld te genieten aangezien we tegen zevenen ons ochtendbad in stomend mineraalwater zouden nemen. Aan de rand van een koud-uitziend meer bevond zich een schattig vijvertje waar we lekker in rond konden spartelen. Om een uur of 10 bevonden we ons al weer op het volgende uitkijkpunt: Laguna Verde (groen meer) dat alleen niet zo ´verde´ was in verband met een gebrek aan wind. Dit was echter geen probleem omdat de omliggende bergen in dit geval prachtig werden weerspiegeld in het water.

Laguna Verde -inclusief witte zoutranden-

Voor we het dorpje Villa Mar -en daarmee ons hotel voor deze nacht- bereikten, bezochten we een plaats waar grottekeningen te zien zouden zijn. Deze kunnen echter -zo werd ook door onze gids bevestigd- zeer recent zijn aangevuld door kinderen uit de buurt..
´s Avonds aten we knakworst en aardappelpuree bij een glaasje wijn. We kregen een concert van de plaatselijke school voorgeschoteld en kropen toch maar weer op tijd in onze slaapzakken.

Dag 4
Nadat Jaap gisteravond al wat kinderen met snoep paaide, maakte hij vervolgens een afspraak met een collega ter plaatse -bekend van het concert- voor een bezoek aan de school. Na eerst tegen de halve school te hebben gevoetbald (met 4 ballen, idioterie op 4500 meter) mocht hij ook het ochtendritueel (massale mars / zang) bijwonen.

Met een zak snoep in de hand, kom je door het hele land

Wellicht als dank voor zijn bezoek vertelde de hoofdmeester aan Jaap dat zo´n 50 meter van ons hotel een aantal mummies liggen. Dat wilden wij natuurlijk wel even zien.. Een bizarre aangelegenheid waarbij de schedels, leren schoentjes, nagels en haren letterlijk voor het oprapen lagen.

Verder deze dag een vallei vol vreemd gevormde rotsen bezocht en een waterval zonder water bekeken wat eigenlijk meer een diepe vallei met klein riviertje was. ´s Middags in een klein dorpje gegeten en wat met de inwoners gepraat. Dat het einde van de tour in zicht was werd duidelijk toen we later die dag langs een dorpje met koloniaal kerkje reden en geen zin meer hadden om zelfs maar de auto uit te stappen. Verder dus maar weer.
Althans.. onderweg kregen we voor de derde keer in 4 dagen tijd een lekke band. Maar geen paniek: het euvel was in 6 minuten verholpen en het recordaantal lekke banden ligt op 7 in 3 dagen..

Als laatste stop van onze tocht bezochten we de -op 3 kilometer van Uyuni gelegen- ´Cementerio de Trenes´ oftewel treinenbegraafplaats. Bizar.

Aan het eind van de middag arriveerden we moe, stoffig maar zeer voldaan weer terug op ons beginpunt. Rijp voor pizza en een douche. Helaas was alleen het eerste mogelijk aangezien we dezelfde dag verder trokken naar onze volgende Boliviaanse stad..



Friday, April 13, 2007

Argentinië

Zoals we Chili gebruikten om naar het zuiden te komen, zo keren we via Argentinië -het buurland- terug. Stond van tevoren niet op de lijst, maar werd ons sterk aangeraden door zowel toeristen als locals. De natuur (waar jullie al over hebben kunnen lezen) en het eten (vlees, wijn, vlees en vlees) zouden prima te behappen zijn. Aldus hebben wij ervaren.

El Bolsón
Na uit het barre zuiden te zijn vertrokken was onze eerste stop El Bolsón. Als je dit aan een Argentijn vertelt, verschijnt er een soort glimlach van ¨Nederlanders? Ik begrijp wat je bedoelt..¨ op z´n gezicht. Bolson is namelijk het hippie ( `jippie´ in het Spaans) dorp van Argentinië. Mensen werken er 3 dagen per week en de rest van de tijd roken ze goederen waar wij Hollanders ook een bepaalde reputatie in hoog te houden hebben. Overigens is dit een licht overtrokken beeld. Maarja, hoe trek je anders toeristen.
In Bolson hebben we onze high tech camping gear (tent van 15, matjes van 3 en slaapzakken van 16 euro) opnieuw op de proef gesteld. Verder hebben we eigenlijk niets gedaan, alleen Jaap heeft een dagje door de omgeving gefietst.
Hoewel.. we hebben ons ook behoorlijk bezig gehouden met het ontdekken van de Argentijnse keuken alias barbecue. Deze stenen fornuisjes bevinden zich namelijk op élke staplaats van élke Argentijnse camping. Prima, bbqen dus. En dan niet zomaar een beetje restvlees en veel salade. Nee, een Zuid Amerikaanse ´asado´! Toen wij in de winkel beleefd om 800 gram vlees vroegen, keek de slager ons -samen met de dertig wachtenden- aan alsof we gek waren en vertelde ons vervolgens op zo vriendelijk mogelijke toon dat het eten van vlees bij argentijnen begint bij minstens 1 kilogram. Per persoon.


Op de camping bij de bbq


Bariloche
Aangezien onze volgende stop om de hoek lag (120 km verderop) hebben we maar eens geprobeerd te liften. Een beproefde manier om te reizen over de ellenlange Argentijnse wegen.
Het proces verliep behoorlijk soepel: We vroegen waar het dichtstbijzijnde tankstation was en we werden er heen gebracht. Aldaar verwees ons eerste slachtoffer ons door naar een collega die ons een kwartiertje later meenam. Heerlijk, na de vereuropeeste Chilenen zijn die Argentijnen (bijna) allemaal geweldig aardig!

Bariloche is de elitevakantiestad van Argentinië. Hier hoor je te skiën, dure kleren te kopen en heel veel chocola te eten. Wij hebben alleen het laatste gedaan. Het skigebied wordt in de zomer gebruikt om toeristen de berg op te helpen om te kunnen genieten van de prachtige uitzichten over de tientallen meren. We hebben zo´n 6 verschillende stoeltjesliften en teleferico´s (cabines) van binnen gezien. Een relaxtere manier om omhoog te komen dan we in Patagonië hebben gedaan, maar wel een beetje saai. Gelukkig waren er ook een aantal wandelroutes in de omgeving te maken en ook daar hebben we uiteraard gebruik van gemaakt.


Ja.. een meer dus

Mendoza

Weer een relaxoord, maar nu midden in het Argentijnse wijngebied. In verband met de Semana Santa -paasvakantie van Argentinië- waren alle hostels bezet en kwamen we opnieuw op een camping terecht. Dit keer gelegen in een enorm park, naast het stadion waar het Nederlands elftal in ´78 al zijn groepswedstrijden heeft afgewerkt. De parkeerbeheerder wist hier vol trots over te vertellen. Sinds kort worden er weer wedstrijden door de regionale trots van Mendoza gespeeld.
In Mendoza hebben we Pasen gevierd en een dienst bijgewoond van de plaatselijke Methodisten. Er was geen kip, maar ze waren wel (mede daarom?) blij met onze komst.
Verder nog een dagje door de Argentijnse wijngaarden rondom de stad gefietst en een aantal bodega´s bezocht. Beetje kijken, beetje proeven, dát is het echt leven! Er zijn heel wat liters wijn doorgegaan sinds we dit land hebben betreden.



Salta
Onze laatste stop voor Bolivia. Een stad in koloniale stijl, gelegen in de groene heuvels. Ook hier een beetje rustig aan gedaan, de stad bekeken en een dagje in het regenwoud doorgebracht. Hier merk je echt weer dat we richting armere gebieden gaan. Vanaf Mendoza zien we steeds meer bedelaars op straat. Meer mensen van indiaanse oorsprong (zijn overigens in de meeste gevallen nóg aardiger en behulpzamer).


Plaza 9 de Julio, Salta

We waren haast vergeten dat we in een land reisden waar bijna de helft van de mensen onder de armoedegrens leeft. Al zal het ons niet verbazen als dat snel weer beter wordt. Mensen willen hier graag leren (spreken veel beter Engels dan in Chili) en hebben de bekende trots. Argentinië, het land van Che, Evita, Maxima en natuurlijk Diego himself (´como una religion´ aldus meerdere Argentijnen). Het nieuws wordt beheerst door een tijdens een demonstratie doodgeschoten docent, onderbetaalde chauffeurs en een ex-voetballer die weer eens wat teveel van het een en ander naar binnen heeft gewerkt.

Tijdens gesprekken met de locale bevolking is negen van de tien keer de naam van onze geliefde prinses Maxima gevallen. Ook Argentijnen zijn trots op deze vrouw, maar over het regime van Videla wordt liever niet gesproken. Verder dan´hij was een dictator´ komt men (uit angst voor de mening van een opvliegende buurman?) niet echt.

Tenslotte vonden wij het wat apart dat in dit land op elke officiële kaart de `Islas Malvinas´ liggen, waar in onze Winkler Prins de `Falklands´ staan afgebeeld. Argentinië weigert nog steeds te erkennen dat deze bij Engeland horen. Zo zagen wij ook in een film over de Falklandoorlog -afgespeeld tijdens één van onze vele busreizen- welke aftiteling eindigde met de kreet: ´Islas Malvinas son de Argentina!´..

Maar serieus: een prachtig land!

Friday, March 30, 2007

Patagonië

De afgelopen twee weken hebben we doorgebracht in het illustere zuiden van Zuid Amerika. Het altijd winderige, koude, maar vooral ook spectaculaire Patagonië. Een ervaring om nooit te vergeten!

Torres del Paine
Punta Arenas was ons keerpunt, vanaf ons bezoek aan deze plaats reizen we weer noordwaarts. Met als eerste stop het Chileense nationaal park Torres del Paine, vernoemd naar 3 granieten rotsen die de omgeving mede hun karakteristiek geven. In het park hebben we 4 dagen (3 nachten) met ons gloednieuwe -absoluut niet water- en slechts half winddichte- tentje rondgetrokken. Onderdeel van de charme van het park is de onvoorspelbaarheid van het vaak wat woeste weer. Dat wil zeggen, het regent er zo goed als altijd en windstoten van 100 km per uur zijn aan de orde van de dag. De dagen die wij er hebben doorgebracht waren echter niet verkeerd. Natuurlijk.. elke dag wat regen, maar ook de zon heeft zich regelmatig laten zien.
De wind was stevig: meer dan eens kwam een abrupt einde aan ons avontuur in zicht toen Dorien van de bergen af dreigde te dwarrelen. Daarnaast hebben we een heel aantal windhozen over meren zien zoeven en talloze regenbogen in het meters hoog opstuivende water gezien. Laten we zeggen dat het een goede gelegenheid was om ons kersverse knalgele pvc-regenpak uit te proberen..


Zonsopkomst over de Torres

Het park kenmerkt zich door veel toeristen -hoewel dit nog meeviel toen wij er waren-, granieten rotsen, meren, condors, puma´s -helaas niet gezien- en de unieke klimaateigenschappen. Gezien het feit dat er ontzettend veel toeristen op de Torres afkomen, namen wij aan dat de hikes goed te doen zouden zijn. De onzekerheid over deze aanname sloeg echter wel wat toe zodra een aantal professioneel uitgedoste wandelaars ons voorbij vlogen.
Er was nauwelijks sprake van aangegeven paadjes en het hiken met een backpack was voor ons ook een geheel nieuwe ervaring, maar het was de moeite waard! Tijdens de lange dagen waarop we gemiddeld zo´n 8 á 9 uur in weer en wind door de bergen struinden waren de uitzichten werkelijk prachtig: felblauw tot mintgroene meren met op de achtergrond besneeuwde bergen, talloze halfdoorwaadbare riviertjes en overal ontzettend veel verschillende kleuren.


En wat is het dan heerlijk om na een lange dag met je zweetvoeten in een gehuurde slaapzak te kruipen!

Parque nacional de glacieres
Vanuit de Torres vertrokken we vrij snel noordwaarts om een paar uur later in El Calafate (Argentinië) neer te strijken. Hier komt de Patagonische ijskap de bergen uit in de vorm van tientallen gletsjers. Onderstaande gletsjer -genaamd Perito Moreno- hebben we tot op ongeveer 200 meter kunnen naderen waarbij we continu het ijs naar beneden hoorden kletteren. Nieuwjaarsnacht is er niets bij. Het stadje zelf (Calafate) lijkt alleen op toerisme te draaien. Veel winkeltjes met dure troep.


Glacier Moreno

Vanuit El Calafate hebben we het plaatsje El Chaltén bezocht. Ook puur op toeristen gericht aangezien het bekend staat als trekking-mecca van Argentinië. Met dit dorpje als uitgangspunt hebben we twee dagtochten gemaakt naar bergmeren waarin een aantal gletsjers hun uitweg zochten. Mooie tochten, niet al te zwaar. Wel zo verstandig met onze overbelaste spieren..
Net als in de Torres was ook hier al het water drinkbaar. Altijd leuk om net afgebroken gletsjerijs uit een ijskoud bergmeer te consumeren.




Vanaf nu gaan we weer op naar warmere oorden. Momenteel verblijven we in El Bolsón, een rustiek en enigszins alternatief dorp waar we als enige gasten op onze camping van de zon kunnen genieten. Op het programma staat een verdere ontdekkingstocht door het Argentijnse Lake District. Nog flink wat busuren te gaan voor we Bolivia zullen bereiken..


Friday, March 16, 2007

Zuid Chili

Op weg
Vanuit Santiago hebben we -opnieuw- een nachtbus genomen naar het merengebied van Chili. Hier hebben we een week doorgebracht in Puerto Montt, een Noors aandoend havenstadje. De tickets voor onze volgende busreis (naar Punta Arenas) zijn hier namelijk erg gewild. Maar goed, wij hebben ons wel vermaakt: De chileense regen die tot nu toe was uitgebleven hebben we hier volop meegekregen. Niet zo vreemd overigens als je bedenkt dat het hier zo´n beetje de helft van het jaar regent.


Jaap en Dorien in regenjas en poncho

Lake District
De omgeving lijkt wat ons betreft wat op een kruising tussen Noorwegen en Beieren. Meren, bossen, bergen, vulkanen en een heleboel houten huisjes (veel Duitse kolonisten hier).
Daar komt dan nog wel wat regenwoud bij wat we met name tijdens ons eerste noemenswaardige uitstapje vanuit Puerto Montt hebben mogen aanschouwen:

Chiloé:
Een groot heuvel- en regenachtig eiland ter grootte van half Nederland.
Dit was de plek waar we onze eerste wandeling in één van de vele nationale parken van Chili hebben gemaakt. Volgens de zeer karig beschikbare informatie voor toeristen was het mogelijk om in één dag naar een refugio te lopen, daar te slapen en de volgende dag (ongeveer 20 km) terug te lopen. Prima, doen we.
Het was een prachtige route langs het strand, over kliffen en door dampende wouden. In verband met de regen zakten we echter wel regelmatig tot over onze enkels in de blubber. Maar ja.. dat hoort er natuurlijk bij. Met behulp van de lokale bevolking hielden we de goede route aan. Aangezien de bus wat verlaat was begon langzamerhand de vraag te rijzen of we de refugio voor het donker zouden halen. Net niet dus..
Aangezien we in een donker druipend bos liepen en we de zon al in de zee hadden zien zakken besloten we maar te stoppen. Op een mirador (uitzichtpunt) 100 meter boven de zee hebben we de nacht op een houten bankje -zonder leuning helaas- de nacht doorgebracht. Een aparte ervaring met het geluid van de zee op de achter- en dat van 3 miljoen kikkers op de voorgrond.
Af en toe wat sterren en opeens gesop in de blubber om ons heen: Duidelijk een groot dier. Die hadden ze hier toch niet? Enkele seconden later liep er plotseling een paard vlak voor ons langs.. Pfff..

(Nou ja, als dat het is: een gestolen tas en een paard..)

Chiloé

Verder geen angstige momenten die nacht. Wel wat koude voeten, maar dat werd redelijk verholpen door de volgende ochtend in ons natte goedje opnieuw de modder in te springen en dezelfde weg terug te lopen. Na een aantal uren bereikten we een restaurantje waar we 4 uur bij een kacheltje met een lekkere kop koffie op de bus hebben gewacht. Heerlijk!
Meren en vulkanen
Na een dagje rust in en rond ons hostel in Puerto Montt wilden we wel weer wat van de omgeving zien. Met name een aantal meren en vulkanen schenen het bekijken waard te zijn. Niet wetend hoe daar te komen besloten we maar een trip via onze hospedaje te boeken. Niet echt een succes. De omgeving en het weer waren prachtig: Blauwe meren, snowcapped volcanoes, watervallen, bossen en wat dies meer zij. De medetoeristen en vooral de gids waren echter vrij irritant.

Lago Lanquihe met Volcano Osorno

____________________

Dinsdag de 13e maakten we ons op voor onze waarschijnlijk langste busreis: 30 uur naar Punta Arenas in het zuiden, dwars door Argentinië. Het begin van de reis bevonden wij ons nog in het merengebied wat resulteerde in mooie uitzichten. De daaropvolgende pampa´s waren echter vooral plat en saai. In Punta Arenas werden we door de eigenares van ons hostal opgepikt en naar haar gezellige huisje gebracht. Hier hebben we wat ervaringen en tips met andere backpackers uit kunnen wisselen. Ook ontstond hier het plan om met een ander Nederlands stel een auto te huren om de volgende dag pinguïns te kunnen bekijken. Dus stonden we daar om 7 uur ´s ochtends naast honderden pinguïns, stinkdieren, uilen, nandu´s (soort struisvogels) ganzen en enorme konijnen.

Magellaen Pinguïns, altijd gezellig met z´n tweeën

Later die dag zijn we nog even naar een wat hoger gelegen punt gereden om over de stad uit te kunnen kijken. Punta Arenas zelf blijkt niet zo bijzonder, maar het voelt wel een beetje alsof we ons op de laatst bewoonde plek van de wereld begeven. Aan het eind van de Straat van Magellaen (tegenover Vuurland) zagen we in de verte zelfs wat ijsschotsen drijven.

Op aanraden van andere toeristen hebben we maar een tent en twee matjes gekocht. Over een aantal dagen trekken we namelijk verder naar Puerto Natales en gaan vanuit deze plaats naar het nationaal park `Torres del Paine´ voor een hike van een aantal dagen. Toch nog kamperen!


Monday, March 5, 2007

9 dagen en 2500 kilometer verder

Met een beetje pijn in ons hart hebben 'ons' Cusco achter ons gelaten. Maar eerlijk gezegd is dat het nú al waard.

Arequipa
Zondagochtend rond een uur of 5 stonden we met onze tassen te wachten tot de zon op zou komen. Dat zouden we de komende dagen nog wel vaker gaan doen..
Een prima hotel in de buurt van het centrum gevonden van waaruit we de stad konden ontdekken. Arequipa staat bekend als ´de witte stad´ en dat is te zien. Prachtige gebouwen en prettige sfeer in de schaduw van een vulkaan. Desondanks hebben we maar meteen een tweedaagse tour geboekt om de Canon del Colca te kunnen bezoeken. Deze vallei staat bekend om het verschijnen van condors.
Maandagochtend werden we door een busje bij ons hotel opgehaald (nooit gedacht dat we zo'n zin ooit uit zouden spreken..) waarmee we vervolgens een uur of 4 door een woestijnachtig doch zeer indrukwekkend landschap op zo'n 4 kilometer hoogte hebben gereden. Doel van de reis was Chivay, een in de vallei gelegen stadje dat voornamelijk door toeristen als tussenstop wordt gebruikt en bekend staat om haar warmwaterbronnen. Van beide kenmerken hebben wij uiteraard gebruik gemaakt.


De volgende ochtend stond er om half 6 een ontbijt voor ons klaar, om op tijd bij het condor-uitkijkpunt te kunnen zijn. En het was gelukkig de moeite waard. Na weer een prachtige rit hebben we zo'n 4 condors, een jonkie en een reuzencondor zien vliegen, wat gezien de tijd van het jaar redelijk toevallig was.. (dat vertelden ze overigens niet van tevoren)



Sorry, duidelijker was helaas niet mogelijk

Aan het eind van de middag kwamen we weer terug in Arequipa waar we besloten dezelfde avond nog door te reizen richting Chili.

Tacna en Arica
Wij Nederlanders vinden het erg handig en voordelig om 's nachts de grootste afstanden per bus af te leggen. Dat scheelt weer in hotelkosten en geeft ons de meeste tijd om mooie plekjes in het licht te bekijken. We waren dan ook weer op een behoorlijk onnozele tijd (half 4 in de ochtend) in de meest zuidelijk gelegen stad van Peru. Hoe Tacna er in het licht uitziet weten we echter niet, want de stop was wat ons betreft alleen bedoeld om de grens met Chili over te kunnen steken. Dit hebben we dan ook zo snel mogelijk gedaan door met twee Peruanen en een Boliviaanse in een enorme amerikaans taxi te stappen die ons naar Arica bracht.
Het heet een 'colectivo' en is daar overigens vrij normaal..
Bij de grens geen moeilijkheden. Dat is ook weer een voordeel van zo'n colectivo: de chauffeur helpt je prima door alle formaliteiten heen.
Arica -gelegen in het uiterste noorden van Chili- is een lieflijke vakantiestad aan zee, met palmbomen, heel veel zon en vriendelijke mensen. Prima voor een paar dagen rust dachten wij zo. De herfst is hier begonnen, maar het is overigens nog steeds knotsheet en extreem zonnig.

La Serena
Vrijdag een dagje bus en dus geen zon voor onze -opnieuw- verbrande lijfjes. Alles heeft zo z'n voordelen.. We besloten het traject Arica-Santiago maar in twee delen op te splitsen en kwamen zodoende in La Serena terecht. Aangezien we 's morgens vroeg aankwamen en het mogelijk bleek 's avond laat een bus naar Santiago te nemen hebben we een dagje rondgeslenterd, maar verder niet veel interessants ondernomen. We hebben hier nog wel twee condors gezien, maar dit keer in een hokje van 10 bij 20, triest..

Santiago (4,5 miljoen inwoners, 1/3 van Chili)
De hoofdstad van Chili is behoorlijk koud in de ochtenduren. En wij kunnen het weten, want we hebben zo'n twee uur moeten wachten tot de metro's gingen rijden. Chilenen zijn niet zulke vroege vogels als Peruanen hebben wij het idee..
Het eerste hotel bleek weer een hit, we mochten de tassen stallen en konden om 2 uur inchecken. In de tussentijd hebben we gebruik gemaakt van het feit dat in Santiago de musea op zondag gratis zijn. We hebben er twee bezocht en oa. het bij de moord gesneuvelde brilletje van Salvador Allende gezien. Mooie musea, beter dan in Cusco.
's Middags hebben we via kabeltreintje en -baan een bult in de stad beklommen. Mooie views over de stad en de omliggende Andes. Santiago lijkt ons een redelijk moderne, westerse stad met wat latijnsamerikaanse probleempjes. Vanaf een uur of 10 sloeg de sfeer behoorlijk om, was zelfs grimmig te noemen; veel zwerf- (honden en mensen), geschreeuw (ook naar ons) en meer van die ongein. Ach ja, dat hoort bij grote steden. Groningen heeft ook het een en ander, nietwaar?

Zonsondergang over Santiago

Tot nu toe vielen ons in Chili twee dingen vooral op: eten en taal. Men eet hier het liefst zo vet mogelijk. Hamburgers, hotdogs met enorm veel (avocado) puree, gebakken kaas en ei. Dit begint al bij het ontbijt. Geen wonder dat er gemiddeld twee Peruanen in een Chileen passen.
Wat betreft de taal: we beginnen hier weer helemaal opnieuw. Halve woorden worden ingeslikt in een formule 1 tempo. Niet te verstaan voor ons, maar ze begrijpen ons vaak ook maar half.