Friday, April 20, 2007

Bolivia: Tussen zand en zout

Het waren een paar stoffige dagen deze afgelopen week.

Zaterdag hebben wij ons vierde Zuid Amerikaanse land betreden. Vanuit Salta hebben we een nachtbus naar het Argentijnse grensplaatsje La Quiaca gepakt. Van hieruit werden wij geacht naar de grens met Bolivia te lopen en aldaar de gebruikelijke formaliteiten te ondergaan.
Aldaar vonden wij per toeval nog 100 Argentijnse pesos in één van onze paspoorten. Gelukkig was dit vóór de controle en hebben we op deze manier een gevangenisstraf in verband met poging tot omkoping kunnen vermijden..

Tegen zessen in de ochtend stonden we bepakt en bezakt aan de andere kant van de grens. Villazón -het plaatsje van waaruit wij een trein naar onze volgende bestemming wilden nemen- bleek doodstil. Na een kort onderzoek bleek dit te maken te hebben met een volkstelling die juist deze dag plaatsvond. In verband hiermee moesten alle mensen in hun huis blijven en waren er dus weinig winkels en restaurants open. Gelukkig hebben we het hier over Zuid Amerika en stonden alle deuren dus gewoon half open en zodat we nog wel wat dealtjes konden sluiten achter de ruggen van de politie op straat om. Onze trein vertrok pas om half vier ´s middags, dus jullie zullen begrijpen dat we ons enorm hebben vermaakt.

De treinreis van zo´n 7 uur verliep naar tevredenheid, behalve dan dat we midden in de nacht onze bestemming -Uyuni- bereikten. Gelukkig werden we onmiddellijk opgemerkt door een vrouwtje in traditionele kledij die ons uitnodigde mee te komen naar haar hostel. Prima, als er maar bedden zijn. Zo gaat dat als je ´s nachts een woestijnstadje betreedt waar dagelijks honderden toeristen binnenstromen.

Uyuni ligt namelijk vlak naast één van de grootste trekpleisters van Bolivia: de Salar de Uyuni, oftewel een enorm opgedroogd zoutmeer met een oppervlakte van zo´n 12000 km2.
Wij hebben ervoor gekozen om deze bijzondere plek (en omgeving) te bekijken door middel van een vierdaagse tour:

Dag 1
Maandagochtend -niet al te vroeg- vertrokken we met een groep van in totaal 8 personen per jeep (lees: toyota) richting het zout.
Het begin van de Salar wordt gevormd door een grote hoeveelheid ´cones´ waar het water uit kan zakken. Dit levert uiteraard prachtige beelden op.


Zout in water

Al vrij snel veranderde dit beeld echter in één grote witte vlakte. Een bijzondere en surrealistische ervaring: rijdend over kilometers glinsterend zout zonder ook maar iets anders te zien dan felwitte grond en blauwe lucht. Nou hadden wij toevallig wat bizarre foto´s zien hangen in een bar in Uyuni en leek het ons wel leuk om zelf ook wat te experimenteren:

Slechts één van de vele voorbeelden..

Ergens midden in het meer -op een eiland vol cactussen- hebben wij onze lunch genuttigd waarna we ons naar het ´Hotel de Sal´ hebben begeven. In dit hotel -waar zo´n beetje alles behalve dak en lakens van zout is- hebben we de nacht doorgebracht. Dit stelde echter niet heel veel voor aangezien we werden geacht om 5 uur aan het ontbijt te zitten..

Dag 2
Al met al waren we nog maar nét op tijd op de zoutvlakte om de zon daar op te zien komen. Het zout leek net ijs, de schaduwen waren enorm, maar de kleuren van de zonsopkomst vielen na Patagonië uiteraard wat tegen..
Deze dag geen enorme hoeveelheden zout meer, maar uren rijden door de woestijn. Vanwege de hoogte (4000 tot bijna 5000 meter) is de zon in dit gebied erg sterk en waren wij genoodzaakt ons zeer regelmatig in te smeren. De combinatie sunblock en stof is echter geen aanrader..
Onze gids/chauffeur/kok reed ons netjes langs een vulkaan en twee meren met flamingo´s. Het werd echter pas echt interessant toen wij ´s middags midden in de woestijn een Dalí-achtige arbol de piedra (boom van steen) naderden en vervolgens doorreden naar Lago Colorado dat door de combinatie zon en wind prachtig rood kleurde. Ook in dit meer bevonden zich flamingo´s die overigens het hele jaar door in dit gebied verblijven. Helaas allemaal nét iets te ver weg voor de perfecte foto natuurlijk.
Aan het eind van de dag -net als dag 1 trouwens- tevergeefs langs twee hostels gereden aangezien Boliviaanse touroperators blijkbaar niet van reserveren houden. Gelukkig had een derde optie wel plek en stond hier al snel een pot thee voor ons klaar. Ook dit keer op tijd de slaapzaal in vanwege een strakke tijdsplanning voor de dag van morgen.

Dag 3
Ja hoor.. om 5 uur zat iedereen netjes in de auto en lag onze bagage weer op het dak. Op naar de geisers. Een krappe anderhalf uur later stonden we in het ochtendgloren te staren naar een enorme hoeveelheid stoom terwijl een overdonderende herrie en indringende zwavelgeur onze slaperige hoofden binnendrong. Wat indrukwekkend zijn die dingen toch!
We kregen echter niet al te veel tijd om van dit natuurgeweld te genieten aangezien we tegen zevenen ons ochtendbad in stomend mineraalwater zouden nemen. Aan de rand van een koud-uitziend meer bevond zich een schattig vijvertje waar we lekker in rond konden spartelen. Om een uur of 10 bevonden we ons al weer op het volgende uitkijkpunt: Laguna Verde (groen meer) dat alleen niet zo ´verde´ was in verband met een gebrek aan wind. Dit was echter geen probleem omdat de omliggende bergen in dit geval prachtig werden weerspiegeld in het water.

Laguna Verde -inclusief witte zoutranden-

Voor we het dorpje Villa Mar -en daarmee ons hotel voor deze nacht- bereikten, bezochten we een plaats waar grottekeningen te zien zouden zijn. Deze kunnen echter -zo werd ook door onze gids bevestigd- zeer recent zijn aangevuld door kinderen uit de buurt..
´s Avonds aten we knakworst en aardappelpuree bij een glaasje wijn. We kregen een concert van de plaatselijke school voorgeschoteld en kropen toch maar weer op tijd in onze slaapzakken.

Dag 4
Nadat Jaap gisteravond al wat kinderen met snoep paaide, maakte hij vervolgens een afspraak met een collega ter plaatse -bekend van het concert- voor een bezoek aan de school. Na eerst tegen de halve school te hebben gevoetbald (met 4 ballen, idioterie op 4500 meter) mocht hij ook het ochtendritueel (massale mars / zang) bijwonen.

Met een zak snoep in de hand, kom je door het hele land

Wellicht als dank voor zijn bezoek vertelde de hoofdmeester aan Jaap dat zo´n 50 meter van ons hotel een aantal mummies liggen. Dat wilden wij natuurlijk wel even zien.. Een bizarre aangelegenheid waarbij de schedels, leren schoentjes, nagels en haren letterlijk voor het oprapen lagen.

Verder deze dag een vallei vol vreemd gevormde rotsen bezocht en een waterval zonder water bekeken wat eigenlijk meer een diepe vallei met klein riviertje was. ´s Middags in een klein dorpje gegeten en wat met de inwoners gepraat. Dat het einde van de tour in zicht was werd duidelijk toen we later die dag langs een dorpje met koloniaal kerkje reden en geen zin meer hadden om zelfs maar de auto uit te stappen. Verder dus maar weer.
Althans.. onderweg kregen we voor de derde keer in 4 dagen tijd een lekke band. Maar geen paniek: het euvel was in 6 minuten verholpen en het recordaantal lekke banden ligt op 7 in 3 dagen..

Als laatste stop van onze tocht bezochten we de -op 3 kilometer van Uyuni gelegen- ´Cementerio de Trenes´ oftewel treinenbegraafplaats. Bizar.

Aan het eind van de middag arriveerden we moe, stoffig maar zeer voldaan weer terug op ons beginpunt. Rijp voor pizza en een douche. Helaas was alleen het eerste mogelijk aangezien we dezelfde dag verder trokken naar onze volgende Boliviaanse stad..



Friday, April 13, 2007

Argentinië

Zoals we Chili gebruikten om naar het zuiden te komen, zo keren we via Argentinië -het buurland- terug. Stond van tevoren niet op de lijst, maar werd ons sterk aangeraden door zowel toeristen als locals. De natuur (waar jullie al over hebben kunnen lezen) en het eten (vlees, wijn, vlees en vlees) zouden prima te behappen zijn. Aldus hebben wij ervaren.

El Bolsón
Na uit het barre zuiden te zijn vertrokken was onze eerste stop El Bolsón. Als je dit aan een Argentijn vertelt, verschijnt er een soort glimlach van ¨Nederlanders? Ik begrijp wat je bedoelt..¨ op z´n gezicht. Bolson is namelijk het hippie ( `jippie´ in het Spaans) dorp van Argentinië. Mensen werken er 3 dagen per week en de rest van de tijd roken ze goederen waar wij Hollanders ook een bepaalde reputatie in hoog te houden hebben. Overigens is dit een licht overtrokken beeld. Maarja, hoe trek je anders toeristen.
In Bolson hebben we onze high tech camping gear (tent van 15, matjes van 3 en slaapzakken van 16 euro) opnieuw op de proef gesteld. Verder hebben we eigenlijk niets gedaan, alleen Jaap heeft een dagje door de omgeving gefietst.
Hoewel.. we hebben ons ook behoorlijk bezig gehouden met het ontdekken van de Argentijnse keuken alias barbecue. Deze stenen fornuisjes bevinden zich namelijk op élke staplaats van élke Argentijnse camping. Prima, bbqen dus. En dan niet zomaar een beetje restvlees en veel salade. Nee, een Zuid Amerikaanse ´asado´! Toen wij in de winkel beleefd om 800 gram vlees vroegen, keek de slager ons -samen met de dertig wachtenden- aan alsof we gek waren en vertelde ons vervolgens op zo vriendelijk mogelijke toon dat het eten van vlees bij argentijnen begint bij minstens 1 kilogram. Per persoon.


Op de camping bij de bbq


Bariloche
Aangezien onze volgende stop om de hoek lag (120 km verderop) hebben we maar eens geprobeerd te liften. Een beproefde manier om te reizen over de ellenlange Argentijnse wegen.
Het proces verliep behoorlijk soepel: We vroegen waar het dichtstbijzijnde tankstation was en we werden er heen gebracht. Aldaar verwees ons eerste slachtoffer ons door naar een collega die ons een kwartiertje later meenam. Heerlijk, na de vereuropeeste Chilenen zijn die Argentijnen (bijna) allemaal geweldig aardig!

Bariloche is de elitevakantiestad van Argentinië. Hier hoor je te skiën, dure kleren te kopen en heel veel chocola te eten. Wij hebben alleen het laatste gedaan. Het skigebied wordt in de zomer gebruikt om toeristen de berg op te helpen om te kunnen genieten van de prachtige uitzichten over de tientallen meren. We hebben zo´n 6 verschillende stoeltjesliften en teleferico´s (cabines) van binnen gezien. Een relaxtere manier om omhoog te komen dan we in Patagonië hebben gedaan, maar wel een beetje saai. Gelukkig waren er ook een aantal wandelroutes in de omgeving te maken en ook daar hebben we uiteraard gebruik van gemaakt.


Ja.. een meer dus

Mendoza

Weer een relaxoord, maar nu midden in het Argentijnse wijngebied. In verband met de Semana Santa -paasvakantie van Argentinië- waren alle hostels bezet en kwamen we opnieuw op een camping terecht. Dit keer gelegen in een enorm park, naast het stadion waar het Nederlands elftal in ´78 al zijn groepswedstrijden heeft afgewerkt. De parkeerbeheerder wist hier vol trots over te vertellen. Sinds kort worden er weer wedstrijden door de regionale trots van Mendoza gespeeld.
In Mendoza hebben we Pasen gevierd en een dienst bijgewoond van de plaatselijke Methodisten. Er was geen kip, maar ze waren wel (mede daarom?) blij met onze komst.
Verder nog een dagje door de Argentijnse wijngaarden rondom de stad gefietst en een aantal bodega´s bezocht. Beetje kijken, beetje proeven, dát is het echt leven! Er zijn heel wat liters wijn doorgegaan sinds we dit land hebben betreden.



Salta
Onze laatste stop voor Bolivia. Een stad in koloniale stijl, gelegen in de groene heuvels. Ook hier een beetje rustig aan gedaan, de stad bekeken en een dagje in het regenwoud doorgebracht. Hier merk je echt weer dat we richting armere gebieden gaan. Vanaf Mendoza zien we steeds meer bedelaars op straat. Meer mensen van indiaanse oorsprong (zijn overigens in de meeste gevallen nóg aardiger en behulpzamer).


Plaza 9 de Julio, Salta

We waren haast vergeten dat we in een land reisden waar bijna de helft van de mensen onder de armoedegrens leeft. Al zal het ons niet verbazen als dat snel weer beter wordt. Mensen willen hier graag leren (spreken veel beter Engels dan in Chili) en hebben de bekende trots. Argentinië, het land van Che, Evita, Maxima en natuurlijk Diego himself (´como una religion´ aldus meerdere Argentijnen). Het nieuws wordt beheerst door een tijdens een demonstratie doodgeschoten docent, onderbetaalde chauffeurs en een ex-voetballer die weer eens wat teveel van het een en ander naar binnen heeft gewerkt.

Tijdens gesprekken met de locale bevolking is negen van de tien keer de naam van onze geliefde prinses Maxima gevallen. Ook Argentijnen zijn trots op deze vrouw, maar over het regime van Videla wordt liever niet gesproken. Verder dan´hij was een dictator´ komt men (uit angst voor de mening van een opvliegende buurman?) niet echt.

Tenslotte vonden wij het wat apart dat in dit land op elke officiële kaart de `Islas Malvinas´ liggen, waar in onze Winkler Prins de `Falklands´ staan afgebeeld. Argentinië weigert nog steeds te erkennen dat deze bij Engeland horen. Zo zagen wij ook in een film over de Falklandoorlog -afgespeeld tijdens één van onze vele busreizen- welke aftiteling eindigde met de kreet: ´Islas Malvinas son de Argentina!´..

Maar serieus: een prachtig land!