Thursday, May 31, 2007

Zuidkust Peru

Nazca
Nazca, een onbeduidend woestijnstadje dat midden vorige eeuw beroemd werd met hulp van een excentrieke Duitse wiskundige en een aantal lijntjes in de woestijn.
De tegenwoordig als Nazca-lijnen bekend staande structuren in de woestijn zorgen er inmiddels voor dat miljoenen toeristen dit gebied met een bezoek vereren. Ook wij moesten er aan geloven. De lijnen werden in de jaren twintig ontdekt door overvliegende piloten. Vanaf de grond is er namelijk geen soep van te breien. Mevrouw Reiche heeft vervolgens 50 jaar van haar leven gespendeerd aan het in kaart brengen van het gebied en ontwikkelen van allerlei ingewikkelde theorieën.

De eerste avond van ons bezoek (waarbij we in hostal ´Brabant´ verbleven) hebben we het plaatselijk planetarium bekeken. Heel mooie presentatie waarin verschillende theorieën omtrent de lijnen en tekeningen naar voren kwamen. Ze varieerden van een religieuze watercultus tot landingsplaatsen van ET-voertuigen. Wonderlijk genoeg was de laatste het minst onderbouwd. De presentatie was trouwens behoorlijk objectief. Eerdere ´grootse ontdekkingen´ als: `De zon komt op 21 juni –midwinter- exact in deze rechte lijn op´ werden gerelativeerd: ´Logisch, met zoveel lijnen moet dat wel een keer gebeuren´. Na de presentatie mochten we een blik door de telescoop werpen op Jupiter -inclusief 4 van zijn manen-, Saturnus -met ringen- en tenslotte de maan.




De volgende ochtend begon het grote avontuur. In een vierzitter mochten we een half uur boven de lijnen rondvliegen. Niet ontbeten, om te voorkomen dat we het nog een keer terug zouden zien. Toeristen hebben namelijk heel wat over voor goede foto´s: bochten van zo´n 90º boven de figuren voor een ideale blik op het bizarre stuk grond. Een woestijngedeelte van 525 kilometer is bezaaid met rechte lijnen, driehoeken, trapezoïden en allerlei figuren van honderden meters lang. Vanuit het vliegtuigje hebben we ruim 13 dieren- en plantenafbeeldingen kunnen bewonderen. Zeer bizar..



Kolibri

Pisco
Na Nazca togen we een paar uur verder noordwaarts. Vlakbij het stadje Pisco -naamgever van ´s lands trots, de loeisterke brandy en basis van Pisco Sour- liggen namelijk de Islas Ballestas. Wij budgettoeristen voelden ons verplicht deze eilanden met een bezoek te vereren aangezien ze ook wel bekend staan als de ´poor mans Galapagos´. Tijdens onze twee uur durende rondvaart werd duidelijk waarom.
De boot werd omzoomd door duizenden vogels varierend van meeuwen tot enorme pelikanen. De eilanden zijn compleet witgescheten. Deze guano heeft zelfs een hele oorlog veroorzaakt aangezien Spanje wel oog had voor dit hoog vruchtbare goedje.



Islas Ballestas

Daarnaast leven rond de eilanden nog hele groepen pinguïns, zeehonden en -leeuwen. De laatste konden we tot op een paar meter naderen. Uiteraard leuk, maar wij zetten onze vraagtekens bij de ecologische waarde van onze reis. Waarschijnlijk was het genoegen van de ontmoeting niet geheel wederzijds.
Als bonus op de reis werden we nog enige tijd vergezeld door een aantal dolfijnen die in de buurt van de boot wat op en neer duikelden. Geweldig!




Een prima afsluiting van onze avonturen aan de kust van Peru. Van hieruit trekken we ons weer terug de bergen in. Op naar Huancayo waar we onze handen eindelijk eens flink uit de mouwen hopen te kunnen steken.




Monday, May 28, 2007

Salkantay en Machu Picchu

Na een rustdag of 2 was het dan zover; ook wij werden verleid om een bezoek te brengen aan dé trekpleister van Peru: Machu Picchu.
Voor het zover was hadden we echter nog een hike van 5 dagen te gaan. Een aantal weken geleden hebben we via email vanuit Argentinië geprobeerd de bekende Inkatrail te boeken, maar dit bleek al maanden van tevoren te zijn volgeboekt. We hebben dus maar gekozen voor een alternatief genaamd ´Salkantay´. Woensdagochtend zeer vroeg werden we bij ons hostel opgehaald en naar een locale bus gebracht. Deze bracht ons tot het dorpje Mollepata waar we onze trektocht zouden beginnen. Hier bleek onmiddellijk dat onze groep niet uit 6 -zoals beloofd door de touroperator- maar 14 personen bestond. Een leuke groep, daar niet van, maar kom op.. 14?!
We kregen de mogelijkheid een deel van onze bagage op paarden te laden die dit voor ons mee zouden zeulen. Dit hebben we uiteraard vriendelijk geweigerd gezien onze succesvolle ervaring in het zuiden van Chili. Een kleine inschattingsfout..
De combinatie van sterke zon en hoogte (tot ruim 4000 meter) resulteerde in hoofdpijn en schrapende ademhaling bij de kleinste van ons tweeën (we noemen uiteraard geen namen). Gelukkig was dit snel verholpen nadat de backpack was afgegeven zodat er weer vrolijk fluitend van de natuur kon worden genoten.




Hoewel het overdag prachtig weer was, begon het ´s avonds al snel af te koelen. De nacht brachten we door in tentjes op een prachtige locatie, maar dat we al behoorlijk op hoogte zaten en de sneeuw steeds dichterbij kwam was te voelen.

Na een korte nacht maakten we ons op voor een behoorlijk zware tocht naar het hoogste punt van de trek: een pas van 4600 meter nabij de berg Salkantay. Een zeer indrukwekkende omgeving. Vanaf dit punt daalden we af naar de prachtige pampa, met als achtergrond de altijd aanwezige wolken van het regenwoud.
Een vreemde dag als je nagaat dat we vóór de lunch met muts en handschoenen naar de sneeuw stonden te kijken en ´s middags in onze t-shirtjes door de jungle liepen. Na een tocht van zo´n 8 uur bereikten we aan het eind van de middag de locatie waar we zouden overnachten. De tentjes werden weer opgezet en het warme eten werd enthousiast ontvangen. Al deze taken werden overigens uitgevoerd door de koks of ´horsemen´, want ja.. die waren ook nog allemaal mee..



De daarop volgende dag werd er één met wat meer zon. Onder een heldere hemel daalden we af in de Salktantayvallei waar we allereerst een dood stinkdier zagen liggen. Een lekker begin van de dag.. Ondanks het feit dat de gids -net als de overige dagen- voor ons uit rende hebben we het zelf deze dag maar wat rustiger aan gedaan om van de gevarieerde omgeving te kunnen genieten.
´s Middags kregen we vreemd genoeg de mogelijkheid aangeboden om een deel van de hike (!) met de bus af te leggen. Nog vreemder was echter dat het grootste deel van onze groep inclusief gids er voor koos om op deze manier verder te reizen. Een rustig middagje dus met slechts één andere reisgenoot uit Duitsland die ons vergezelde tijdens de 3 uur durende wandeling. Dit werd nog dezelfde avond beloond met een bezoek aan de aguas termales, gelegen op een klein half uurtje vanaf de slaapplaats. Daar dus maar in het warme water uitgerust, tegen de schemering 20 minuten teruggehobbeld in een vrachtwagen om na een heerlijk diner onze slaapzakken in te kruipen.



Dag 4 was al met al wat warm en saai. Hoewel de weg waar we ons ´s morgens op begaven wel omzoomd was met prachtige bergen. Drie uur hebben we de weg naast een snelstromende rivier gevolgd, tot we uitkwamen in het vreemdgenaamde plaatsje Hydroelectrica. Hier hebben we een lunch genuttigd die we goed konden gebruiken. Het middagprogramma bestond namelijk uit het urenlang volgen van treinrails. Een bijzondere en ook enigszins misselijkmakende bezigheid. De rails leidden ons naar Aguas Calientes, de plaats waar alle toeristen voor Machu Picchu zich verzamelen. Met een beetje fantasie is dus wel te bedenken hoe het er daar ongeveer uitziet.. Wij hadden echter geen tijd of gelegenheid om daar te lang bij stil te staan. En wel om twee redenen. Ten eerste werden we de volgende ochtend om 4 uur aan het ontbijt verwacht en ten tweede sliepen we deze nacht in een hotel met zachte bedden en een warme douche..

Onze vroege start had met name te maken met de zon die iedereen natuurlijk graag op zou willen zien komen over Machu Picchu. Daarnaast lagen er nog een dikke 1600 traptreden in Inkastijl tussen ons en deze wereldberoemde plaats. Desalniettemin waren we ruim op tijd ter plekke om een aantal foto´s zonder hordes toeristen te kunnen schieten en de zon prachtig op te zien komen.



Het is inderdaad bijzonder: de grauwe –maar nog prachtige- gebouwen, het extreme groene gras op de ´pleinen´ en met name uiteraard de locatie! Gelegen op ruim 2 kilometer hoogte, omringd door nog hogere bergen waarvan het opeens zeer begrijpelijk is dat de Inka deze hun beschermers noemden.

Na een korte rondleiding door het complex konden we de omgeving op eigen gelegenheid verder ontdekken. Verrassend genoeg bleek dit zeer ontspannen en rustig te zijn. Het grote aantal toeristen lijkt als het ware op te lossen in het grote gebied dat Machu Picchu in beslag neemt.

Een aantal uren later hebben we ons toch maar losgeweekt van het nieuwe wereldwonder en zijn we teruggekeerd naar Aguas Calientes van waaruit we de trein naar Ollantaytambo hebben genomen. Hier stapten we over op de bus naar Cusco voor onze laatste nacht daar..


Monday, May 21, 2007

Welcome to the jungle

De afgelopen weken hebben we doorgebracht in het nationaal park Manu. Eén van de grootste nationaal parken ter wereld, mete en wildleven dat qua diversiteit dat van continenten als Europa en Noord Amerika te boven gaat. De jungle dus. Bekend van enge dieren en heel veel muskieten. Dat laatste bleek vooral te kloppen.

Maandagochtend werden we voor dag en dauw opgepikt door de tot bus omgebouwde vrachtwagen die ons vanuit Cusco naar de jungle zou brengen. Vol spanning vertrokken we voor 14 dagen hitte, vocht en wat dies meer zij. Onze groep bestond uit een gids, een kok, drie spanjaarden –met als trots een souvenir uit Nederland: een Simsonblikje voor de wiet-, een amerikaanse en wij.
De eerste dag bestond vooral uit afdalen. We reden tot het eind van de middag. Onderweg een aantal prachtige uitzichten over bewolkte regenwouden met tientallen watervallen. ´s Middags onze eerste tropische vogel -`Gallito de las rocas´- geobserveerd. De vogel met zijn knalrode kop en kuif vliegt tegen het eind van de middag naar speciale locaties om daar indruk op de wijfjes te maken.
Onze eerste overnachtingslocatie bevond zich aan de overkant van een rivier. Alleen te bereiken met behulp van een primitief soort kabelbaan. Heerlijk geslapen en de volgende ochtend prima ontbeten. Wat betreft dat eten: dat was gedurend de hele reis echt super.
De volgende dag onze eerste en enige slang ontmoet: een dode Boa Arco Iris (regenboog) van een dikke meter lang. Gezien de staat waarin het beest verkeerde konden wij zonder problemen doorreizen naar onze volgende locatie waar we zouden inschepen. Van onze achtdaagse tour hebben we namelijk zes dagen op het water doorgebracht. Geen onaangename ervaring overigens in de mooie typische smalle rivierboot die hiervoor beschikbaar was. Met name dankzij het dak en de twee bemanningsleden.

Onze priverivierboot

Aangezien we deze dag zo´n negen uur op de brede rivier hebben doorgebracht, waren we erg blij met het prachtige weer. Tegen de avond meerden we aan in de buurt van een `hotel´, midden in het bos. We hadden helaas -volgens een andere groep- net twee jaguars gemist, maar hebben ons ter compensatie wel over zowel een piraña als een tarantula kunnen buigen. De volgende dag was het afgelopen met het mooie weer. Regen en -althans voor de jungle- kou zorgden ervoor dat ons geplande uitje naar een enorme groep papagaaien helaas niet door kon gaan.

Bij gebrek aan beter dus maar een foto van wat `huisdieren´ in Boca Manu

Faunistisch hoogtepunt van de dag waren een paar aapjes -hoog slingerend in de bomen- en een dode tapir –de koe van de jungle of eigenlijk meer een kruising tussen varken en olifant- die door een aantal gieren uit de rivier werd opgepikt. De nacht brachten we door in een uitkijkpost op palen om met een beetje geluk wat levende tapirs te kunnen spotten. Maar helaas, zo gemakkelijk laten ze zich niet pakken.. Achteraf bleek overigens dat er die week een puma langs was geweest en daar hadden onze vrienden het niet zo op.
Onze ´pech´ van de eerste dagen betaalde zich ruimschoots uit toen we het eigenlijke park `Manu´ binnengingen. Het weer knapte weer wat op en dankzij de regen van de voorgaande dagen verlieten alle reptielen het water om zich door de zon op te kunnen laten warmen. Zodoende hebben we tientallen schildpadden en kaaimannen kunnen zien, waarvan de laatstgenoemden tot wel zes meter lang waren. Indrukwekkend.
Als toerist mag je maximaal twee nachten in het eigenlijke park verblijven. Wij brachten deze door bij de Matchigenga´s, een inheemse stam die nog leeft met hun eeuwenoude gebruiken. Het dorp had –via toeristen- enig contact met de buitenwereld. Er leven in Manu echter nog stammen waar al twintig jaar niets meer van vernomen is. De laatste contacten werden op vrij aggressieve manier verbroken en nu nog verdwijnen er af en toe leden van vredelievender stammen..


In het park maakten we -naast de traditionele voetbalwedstrijd tegen en met de Matchigenga´s- een aantal uitstapjes waarbij we tientallen prachtige vogels en een heel aantal (kapucijner)aapjes hebben gespot. Daarnaast werden we iedere ochtend door het geluid van en aantal brulapen gewekt, welke we helaas niet hebben gezien. Tijdens één van onze boottochten ontmoetten we de reuzenotter –hier rivierwolf genoemd- die tot 2 meter lang kan worden. Eet zelfs kaaimannen. In het park leeft ook het grootste knaagdier ter wereld, de capibara. We hebben in totaal 3 gezinnen en 2 individuen van deze giganten gespot. Ze zien eruit als een reuzecavia –formaat wild zwijn- en maken het geluid van een bang konijn, hoog, zacht gepiep. Bijzondere combinatie overigens..


De familie Capibara

Op het vliegveld bij de uitgang van het park, Boca Manu Internacional (een grasveldje bij een geweldig dorpje) zetten we de Amerikaanse op het vliegveld. Wij hadden nog twee dagen stroomopwaarts te gaan. Geen heel spectaculaire dieren dit keer, hoewel onze eerstvolgende slaapplaats een jonge tapir als huisdier hadden aangenomen. Het beest genaamd `Pancho´ komt sinds de dood van zijn moeder (ja: een jager..) elke dag wat fruit of overblijfselen van de toeristenlunch halen. Het was overigens nog maar een kleintje; tapirs zijn de grootste landdieren van de jungle en wegen doorgaans meer dan 200 kilo.


Jaap met Pancho

Bij aankomst op deze plek was het kamp enigszins in rep en roer. Er zou een shushupe zijn gesignaleerd. Deze slang die ook bekend staat als ´bushmaster´ is dodelijk giftig. Wij zagen niet meer dan wiebelende struikjes en volgens onze gids was het `slechts´de ongevaarlijke Boa Arco Iris. Helaas..
De laatste nacht sliepen we in de lodge van onze gids. Hij is namelijk ook part-time natuurbeschermer. Hij leidde ons rond op zijn agriculturele project en liet ons twee herintroductiedieren zien.
De groep keerde hierna terug naar Cusco. Wij bleven nog een week -samen met één van de Spanjaarden- voor het vrijwilligerswerk. Gedurende deze periode verbleven we op de locatie waar we ook de eerste nacht van de tour hadden geslapen. Dit was vorig jaar door onze touroperator aangekocht van Raul, onze begeleider deze week. Zijn doel (althans gedurende de afgelopen week) was het bereiken van een waterval, erg ver bergopwaarts. Dit is ons helaas niet gelukt. Wel hebben we veel kunnen oefenen met het werken met machetes, van levensbelang in de snelgroeiende bossen van de jungle.

Wat ziekjes weliswaar, maar niet te onderschatten..

Deze tweede week was erg regenachtig. Hierdoor kwamen we ook niet toe aan het eigenlijke doel van ons vrijwilligerswerk: een inventarisatie van de dieren in de buurt van het reservaat. De dieren blijven tijdens regenval -heel slim- gewoon lekker op hun plekje. Ondanks dit feit is er voor degenen die er oog voor hebben nog genoeg interessants te ontdekken. Termietenheuvels, muskieten, vreemdgevormde lianen, muskieten, dikke bamboestengels met drinkbaar water, muskieten en ontzéttend veel vlinders met verbazingwekkende formaten en kleuren. Tijdens één van onze wandelingen kwamen we langs de plek waar die nacht een jaguar een prooi had gevangen en iets verderop zagen we de klimsporen van een brilbeer. Helaas hebben we deze dieren niet in het echt gezien. Maarja, verrassend is het niet. Neem nou Raul, heeft zijn hele leven in de jungle gewoond, is zelfs door een shushupe gebeten –overleefd dus- en heeft in totaal maar 4 jaguars gezien. De jungle is nu eenmaal geen dierentuin..
Wel een plek om een onvergetelijke ervaring op te doen waar we zowel kortetermijn –muggebulten- als langetermijn herinneringen aan hebben overgehouden.

Thursday, May 3, 2007

Lago Titikaka

Copacabana
Zaterdagochtend namen we -vanaf de begraafplaats van La Paz- een bus naar Copacabana waar we aan het eind van de middag arriveerden.
Het stadje ligt aan het Titikakameer en wordt voornamelijk gebruikt als startpunt voor een ontdekkingstocht van Isla del Sol en la Luna, geboorte-eilanden van de Inca-religie.
Het heeft echter zelf ook het een en ander te bieden, waaronder een prachtig plein met witte kerk:

en een dagelijks inzegenritueel waarbij auto’s met wijwater (en vervolgens alcohol) worden besprenkeld en een aantal bloemenkransen omgelegd krijgen.
Ze houden hier wel van een feestje op z’n tijd. Met name als er alcohol genuttigd kan worden. Zo werden wij onze eerste nacht in Copacabana verrast door een ‘ietwat aangeschoten’ kerel die bij ons in de kamer wilde slapen en daarvoor bereid was de deur in te rammen..

Isla del Sol
Tegen elf uur de volgende ochtend lieten wij Copacabana achter ons en gingen inclusief backpack op weg naar het Eiland van de Zon. We besloten de gebruikelijke boottocht over te slaan en in plaats daarvan naar het noordelijkste puntje van het vasteland te lopen en van daaruit de oversteek te maken. Na een prachtige wandeling van zo’n drie uur werden we aangesproken door een jongen die ons voor 20 bolivianos per persoon (zo’n 2 euro) wel naar het eiland wilde roeien. Jaja:
Een uur en zes blaren later stapten we aan wal waar we via een paadje naar een van de drie dorpjes op het eiland liepen. Onderweg werden we door tientallen kinderen aangesproken die wel een hostel voor ons konden regelen. Maar wij hadden onze tent mee.
Het leek ons namelijk wel romantisch om op het strand te kamperen. We eindigden echter op een grasveldje tussen restaurant en hostel. Geen ramp overigens, want bovenop de berg
-waar het eiland in feite uit bestaat- hadden we prachtig zicht op zowel de oost- als de westkant. Theoretisch dus zowel zonsondergang als zonsopgang.
‘s Avonds maar een flesje wijn bij ‘ons’ restaurant gedronken want we hadden gehoord dat de nachten erg koud konden zijn. Dit viel achteraf gezien gelukkig erg mee. Misschien door de wijn, maar meer waarschijnlijk door de regen.. Gelukkig heeft onze tent zich
-opnieuw- goed gehouden. Driewerf hoera, voor tent en koningin.

De volgende dag zijn we over de centrale heuvelrug van het eiland naar het noorden gelopen. Een wandeling van opnieuw een dikke drie uur in felle zon en te weinig zuurstof.
Het was en is goed te merken dat we op bijna 4 kilometer hoogte zitten.
Onderweg kwamen we nog wat ruines tegen die ons –wellicht gezien bovenstaande redenen of onze ‘peruaanse achtergrond’- eigenlijk niet enorm konden interesseren. Maar doorgelopen naar Challapampa, het dorpje waar net als in het zuiden ook boten richting Copacabana zouden vertrekken. We hadden de laatste echter net gemist wat inhield dat we alleen nog maar met een privebootje terug konden gaan of nog een nacht op het eiland moesten blijven.
Nou zou dat laatste niet zo’n probleem zijn, ware het niet dat we over een aantal dagen weer in Cusco worden verwacht voor een tocht naar de jungle..
Een privebootje naar het zuiden van het eiland dus maar, aangezien we daar nog wel door de ‘grote boot’ opgepikt konden worden. Na een te lange tocht van 2 uur over het water op piepkleine houten bankjes keerden we weer terug bij ons beginpunt.

¡4 Oranje dingen gespot deze Koninginnedag..!

Puno
Onze laatste dag in Bolivia..
‘s Morgens namelijk bustickets gekocht voor onze oversteek naar buurland Peru. Om een uur ‘s middags stonden we klaar bij onze bus –immigratiepapieren in te vullen-, om half twee vertrokken we uit Copacabana en om tien over half twee hadden we de grens bereikt. Het ging dus allemaal vrij vlotjes, hoewel de reis van grens naar Puno (onze volgende bestemming gelegen aan de noordkant van het meer) toch wel weer wat langer leek te duren. Waarschijnlijk mede omdat we onderweg een zelfde soort bus op z’n kant zagen liggen met alle verbouwereerde passagiers ernaast..

Islas Flotatantes
Vanuit Puno hebben een tweedaagse tocht naar een aantal van de Peruaanse eilanden van het Titikakameer ondernomen. Deze begon met een bezoek aan de floating islands, bestaande uit 50 piepkleine dorpjes –ieder op een eigen eiland- die geheel van en op riet zijn gebouwd. Een bijzonder(e, ) soppige ervaring met een in onze ogen zeer hoog ‘mensjeskijken-gehalte’. Enigszins aangepast aan de moderne tijd waren de bewoners wel, de tv’s draaiden op zonne-energie.

Rieten bootje

Amantani
Het tweede eiland waar we tegen de middag aankwamen was een stuk groter en niet van riet. Bij aankomst werden we onmiddellijk meegenomen door een vrouwtje in klederdracht bij wie we –samen met twee australiers- de nacht door zouden brengen. Hierbij waren ook drie maaltijden inbegrepen. Deze waren niet om over naar huis te schrijven –sorry doen we toch-, maar gelukkig vonden we ergens een vrouwtje die nog wat alpaca (betere versie van de lama) roosterde.

Amantani, veel landbouw

Taquile
Vanaf Amantani vertrokken we om 8 uur over vrij wild water naar het buureiland, Taquile. Dit is wat kleiner, maar verder een beetje van hetzelfde. Grappig is dat in heel Bolivia en Peru overal vrouwen aan het handwerken zijn voor de toeristen, maar dat op Taquile de mannen hun eigen specialiteit hebben: ze breien mutsen waaraan je hun burgelijke staat kunt aflezen. Op dit eiland kwamen we een tourgroep tegen –gelukkig gingen wij op individuele basis- en hebben we nog heerlijk gegeten. Het Titikakameer bevat namelijk naast alle superlatieven en legendes ook gewoon de grootste forel ter wereld. Voldaan, verbrand en vermoeid keerden we terug naar Puno.

Het komende weekend zullen we vertrekken naar Cusco en ons voorbereiden op twee weken jungle.






Potosi, Sucre & La Paz

Potosi
Deze hoogste stad ter wereld ligt aan de voet van de Cerro Rico, een berg die de stad gedurende eeuwen zowel grote welvaart als grote problemen heeft gebracht. De berg zit namelijk vol metalen, waarvan zilver er een is. 300 Verschillende mijnen zorgen ervoor dat wij Europeanen in onze zilverbehoefte bevredigd kunnen worden.
Wij kwamen er midden in de nacht van donderdag op vrijdag aan terwijl bijna alle hostels hun deuren hadden gesloten. Een vijfde slaperige kop was gelukkig zo aardig ons een kamer aan te bieden. Er zijn namelijk relaxtere locaties om te overnachten dan op 4000 meter hoogte in de straten van een Boliviaanse stad.
De volgende dag hebben we de mijnen bezocht. Maar niet voordat we cocablaadjes en dynamiet voor de mijnwerkers hadden gekocht bij een van de winkeltjes rondom de berg. Een zeer gewaarde compensatie voor het rondkijken op hun werkterrein.

En een beetje coca voor jou...

We hebben de sigaretten en flesjes 96% alcohol -ter consumptie- maar laten liggen. De tour was heel bizar en wel wat deprimerend. Diep onder de grond -in de af en toe ontzettend smalle en benauwde gangenstelstels- kwamen we heel wat kerels tegen. Jongens vanaf 14 jaar, terwijl ons op dat moment al bekend was dat zij hoogstwaarschijnlijk niet langer dan 15 jaar zullen leven na hun eerste dag in de mijn..
De tour werd afgesloten met een offerritueel aan de mijngod -een of andere halve duivel, vinden ze hier ook heel gewoon- en een explosie met een klein deel -ruim voldoende- van het door ons aangeschafte dynamiet.

Sucre
Vanaf Potosi wilden we graag op traditioneel Boliviaanse wijze naar onze volgende stad doorreizen. Per camion (vrachtwagen). Het kostte wat moeite, maar uiteindelijk konden we tussen 15 Bolivianen, tien kisten met druiven, twee kasten en een bank de ongeveer 3,5 uur durende reis beginnen. Heerlijk. Lekker met je kop in de wind is heel wat beter dan zo’n muffe nachtbus.
Sucre is het Den Haag van Bolivia (constitutionele hoofdstad). Een stad met veel mooie oude gebouwen en een hoop historie. Hier zullen we jullie niet mee vermoeien, voor de freaks is dit ook wel op internet te achterhalen. We hebben hier zelf ook vooral een beetje gerelaxed. Oh ja, en kroketten gegeten in een door Nederlanders overspoelde kroeg. Beroerd.

Dorien in de camione


La Paz
Bolivia is een land van extremen. Terecht dus dat het de hoogst liggende hoofdstad ter wereld heeft. Berucht om revoluties, overvallen, hoogteziekte en (op voetbalgebied:) Bolivia-uit-is-altijd-moeilijk. De stad zelf viel 100% mee. Leuke straatjes en een aantal interessante musea.

Museumstraatje in La Paz

Een mooi voorbeeld van het laatste: het Coca museum. Dit museum behandelt de historie van het wereldberoemde blaadje. Hoe het -volkomen onschuldig- duizenden jaren in de Andes is gekauwd, zoals wij in het westen al jaren onze koffie lurken. Tot op een dag een Amerikaan de werkzame stof –cocaine- wist te extraheren. Het gedonder was begonnen. Twee continenten raakten eraan verslaafd, met veel naardere gevolgen dan het blaadje zelf heeft. Onze heldere vrienden uit de VS besloten het probleem ‘bij de wortel aan te pakken’ en roeiden alle velden van de Boliviaanse keuterboertjes –waaronder de, immens populaire, huidige president Evo Morales- uit. Zoals we allemaal weten heeft dat enorm goed gewerkt, de illegale handel floreert als nooit tevoren. Als klap op de vuurpijl zijn er nu enkele tientallen landen die coca voor medicinale doeleinden mogen produceren. Saillant detail: Dit zijn allemaal westerse landen, Peru en Bolivia horen hier niet bij.

Maar goed, La Paz dus. We hebben bijna de helft van onze tijd daar in bed doorgebracht vanwege wat vage -maar verder vrij onschuldige- ziekteverschijnselen. Hoort erbij.
Gelukkig nog wel de tijd en gelegenheid gehad om de ‘Valle de la Luna’ te bezoeken. Een klein half uurtje in een van de prachtige, klassieke bussen van de stad en we stonden in een bizar maanlandschap aan de rand van de stad. Hier hebben we een kleine wandeling over de smalle paadjes met vaak diepe afgronden ernaast gemaakt. De rest van de middag hebben we doorgebracht in de goed onderhouden en vrij grote dierentuin van de stad waar we onze eerste puma hebben gespot.
Na 3 dagen hoofdstad en een aantal regenbuien besloten we de drukte achter ons te laten en verder te trekken naar het noorden. Peru is weer in zicht..