De afgelopen weken hebben we doorgebracht in het nationaal park Manu. Eén van de grootste nationaal parken ter wereld, mete en wildleven dat qua diversiteit dat van continenten als Europa en Noord Amerika te boven gaat. De jungle dus. Bekend van enge dieren en heel veel muskieten. Dat laatste bleek vooral te kloppen.
Maandagochtend werden we voor dag en dauw opgepikt door de tot bus omgebouwde vrachtwagen die ons vanuit Cusco naar de jungle zou brengen. Vol spanning vertrokken we voor 14 dagen hitte, vocht en wat dies meer zij. Onze groep bestond uit een gids, een kok, drie spanjaarden –met als trots een souvenir uit Nederland: een Simsonblikje voor de wiet-, een amerikaanse en wij.
De eerste dag bestond vooral uit afdalen. We reden tot het eind van de middag. Onderweg een aantal prachtige uitzichten over bewolkte regenwouden met tientallen watervallen. ´s Middags onze eerste tropische vogel -`Gallito de las rocas´- geobserveerd. De vogel met zijn knalrode kop en kuif vliegt tegen het eind van de middag naar speciale locaties om daar indruk op de wijfjes te maken.
Maandagochtend werden we voor dag en dauw opgepikt door de tot bus omgebouwde vrachtwagen die ons vanuit Cusco naar de jungle zou brengen. Vol spanning vertrokken we voor 14 dagen hitte, vocht en wat dies meer zij. Onze groep bestond uit een gids, een kok, drie spanjaarden –met als trots een souvenir uit Nederland: een Simsonblikje voor de wiet-, een amerikaanse en wij.
De eerste dag bestond vooral uit afdalen. We reden tot het eind van de middag. Onderweg een aantal prachtige uitzichten over bewolkte regenwouden met tientallen watervallen. ´s Middags onze eerste tropische vogel -`Gallito de las rocas´- geobserveerd. De vogel met zijn knalrode kop en kuif vliegt tegen het eind van de middag naar speciale locaties om daar indruk op de wijfjes te maken.
Onze eerste overnachtingslocatie bevond zich aan de overkant van een rivier. Alleen te bereiken met behulp van een primitief soort kabelbaan. Heerlijk geslapen en de volgende ochtend prima ontbeten. Wat betreft dat eten: dat was gedurend de hele reis echt super.
De volgende dag onze eerste en enige slang ontmoet: een dode Boa Arco Iris (regenboog) van een dikke meter lang. Gezien de staat waarin het beest verkeerde konden wij zonder problemen doorreizen naar onze volgende locatie waar we zouden inschepen. Van onze achtdaagse tour hebben we namelijk zes dagen op het water doorgebracht. Geen onaangename ervaring overigens in de mooie typische smalle rivierboot die hiervoor beschikbaar was. Met name dankzij het dak en de twee bemanningsleden.
Aangezien we deze dag zo´n negen uur op de brede rivier hebben doorgebracht, waren we erg blij met het prachtige weer. Tegen de avond meerden we aan in de buurt van een `hotel´, midden in het bos. We hadden helaas -volgens een andere groep- net twee jaguars gemist, maar hebben ons ter compensatie wel over zowel een piraña als een tarantula kunnen buigen. De volgende dag was het afgelopen met het mooie weer. Regen en -althans voor de jungle- kou zorgden ervoor dat ons geplande uitje naar een enorme groep papagaaien helaas niet door kon gaan.
Faunistisch hoogtepunt van de dag waren een paar aapjes -hoog slingerend in de bomen- en een dode tapir –de koe van de jungle of eigenlijk meer een kruising tussen varken en olifant- die door een aantal gieren uit de rivier werd opgepikt. De nacht brachten we door in een uitkijkpost op palen om met een beetje geluk wat levende tapirs te kunnen spotten. Maar helaas, zo gemakkelijk laten ze zich niet pakken.. Achteraf bleek overigens dat er die week een puma langs was geweest en daar hadden onze vrienden het niet zo op.
Onze ´pech´ van de eerste dagen betaalde zich ruimschoots uit toen we het eigenlijke park `Manu´ binnengingen. Het weer knapte weer wat op en dankzij de regen van de voorgaande dagen verlieten alle reptielen het water om zich door de zon op te kunnen laten warmen. Zodoende hebben we tientallen schildpadden en kaaimannen kunnen zien, waarvan de laatstgenoemden tot wel zes meter lang waren. Indrukwekkend.
Als toerist mag je maximaal twee nachten in het eigenlijke park verblijven. Wij brachten deze door bij de Matchigenga´s, een inheemse stam die nog leeft met hun eeuwenoude gebruiken. Het dorp had –via toeristen- enig contact met de buitenwereld. Er leven in Manu echter nog stammen waar al twintig jaar niets meer van vernomen is. De laatste contacten werden op vrij aggressieve manier verbroken en nu nog verdwijnen er af en toe leden van vredelievender stammen..
Als toerist mag je maximaal twee nachten in het eigenlijke park verblijven. Wij brachten deze door bij de Matchigenga´s, een inheemse stam die nog leeft met hun eeuwenoude gebruiken. Het dorp had –via toeristen- enig contact met de buitenwereld. Er leven in Manu echter nog stammen waar al twintig jaar niets meer van vernomen is. De laatste contacten werden op vrij aggressieve manier verbroken en nu nog verdwijnen er af en toe leden van vredelievender stammen..
In het park maakten we -naast de traditionele voetbalwedstrijd tegen en met de Matchigenga´s- een aantal uitstapjes waarbij we tientallen prachtige vogels en een heel aantal (kapucijner)aapjes hebben gespot. Daarnaast werden we iedere ochtend door het geluid van en aantal brulapen gewekt, welke we helaas niet hebben gezien. Tijdens één van onze boottochten ontmoetten we de reuzenotter –hier rivierwolf genoemd- die tot 2 meter lang kan worden. Eet zelfs kaaimannen. In het park leeft ook het grootste knaagdier ter wereld, de capibara. We hebben in totaal 3 gezinnen en 2 individuen van deze giganten gespot. Ze zien eruit als een reuzecavia –formaat wild zwijn- en maken het geluid van een bang konijn, hoog, zacht gepiep. Bijzondere combinatie overigens..
Op het vliegveld bij de uitgang van het park, Boca Manu Internacional (een grasveldje bij een geweldig dorpje) zetten we de Amerikaanse op het vliegveld. Wij hadden nog twee dagen stroomopwaarts te gaan. Geen heel spectaculaire dieren dit keer, hoewel onze eerstvolgende slaapplaats een jonge tapir als huisdier hadden aangenomen. Het beest genaamd `Pancho´ komt sinds de dood van zijn moeder (ja: een jager..) elke dag wat fruit of overblijfselen van de toeristenlunch halen. Het was overigens nog maar een kleintje; tapirs zijn de grootste landdieren van de jungle en wegen doorgaans meer dan 200 kilo.
Bij aankomst op deze plek was het kamp enigszins in rep en roer. Er zou een shushupe zijn gesignaleerd. Deze slang die ook bekend staat als ´bushmaster´ is dodelijk giftig. Wij zagen niet meer dan wiebelende struikjes en volgens onze gids was het `slechts´de ongevaarlijke Boa Arco Iris. Helaas..
De laatste nacht sliepen we in de lodge van onze gids. Hij is namelijk ook part-time natuurbeschermer. Hij leidde ons rond op zijn agriculturele project en liet ons twee herintroductiedieren zien.
De laatste nacht sliepen we in de lodge van onze gids. Hij is namelijk ook part-time natuurbeschermer. Hij leidde ons rond op zijn agriculturele project en liet ons twee herintroductiedieren zien.
De groep keerde hierna terug naar Cusco. Wij bleven nog een week -samen met één van de Spanjaarden- voor het vrijwilligerswerk. Gedurende deze periode verbleven we op de locatie waar we ook de eerste nacht van de tour hadden geslapen. Dit was vorig jaar door onze touroperator aangekocht van Raul, onze begeleider deze week. Zijn doel (althans gedurende de afgelopen week) was het bereiken van een waterval, erg ver bergopwaarts. Dit is ons helaas niet gelukt. Wel hebben we veel kunnen oefenen met het werken met machetes, van levensbelang in de snelgroeiende bossen van de jungle.
Deze tweede week was erg regenachtig. Hierdoor kwamen we ook niet toe aan het eigenlijke doel van ons vrijwilligerswerk: een inventarisatie van de dieren in de buurt van het reservaat. De dieren blijven tijdens regenval -heel slim- gewoon lekker op hun plekje. Ondanks dit feit is er voor degenen die er oog voor hebben nog genoeg interessants te ontdekken. Termietenheuvels, muskieten, vreemdgevormde lianen, muskieten, dikke bamboestengels met drinkbaar water, muskieten en ontzéttend veel vlinders met verbazingwekkende formaten en kleuren. Tijdens één van onze wandelingen kwamen we langs de plek waar die nacht een jaguar een prooi had gevangen en iets verderop zagen we de klimsporen van een brilbeer. Helaas hebben we deze dieren niet in het echt gezien. Maarja, verrassend is het niet. Neem nou Raul, heeft zijn hele leven in de jungle gewoond, is zelfs door een shushupe gebeten –overleefd dus- en heeft in totaal maar 4 jaguars gezien. De jungle is nu eenmaal geen dierentuin..
Wel een plek om een onvergetelijke ervaring op te doen waar we zowel kortetermijn –muggebulten- als langetermijn herinneringen aan hebben overgehouden.
No comments:
Post a Comment