Friday, March 30, 2007

Patagonië

De afgelopen twee weken hebben we doorgebracht in het illustere zuiden van Zuid Amerika. Het altijd winderige, koude, maar vooral ook spectaculaire Patagonië. Een ervaring om nooit te vergeten!

Torres del Paine
Punta Arenas was ons keerpunt, vanaf ons bezoek aan deze plaats reizen we weer noordwaarts. Met als eerste stop het Chileense nationaal park Torres del Paine, vernoemd naar 3 granieten rotsen die de omgeving mede hun karakteristiek geven. In het park hebben we 4 dagen (3 nachten) met ons gloednieuwe -absoluut niet water- en slechts half winddichte- tentje rondgetrokken. Onderdeel van de charme van het park is de onvoorspelbaarheid van het vaak wat woeste weer. Dat wil zeggen, het regent er zo goed als altijd en windstoten van 100 km per uur zijn aan de orde van de dag. De dagen die wij er hebben doorgebracht waren echter niet verkeerd. Natuurlijk.. elke dag wat regen, maar ook de zon heeft zich regelmatig laten zien.
De wind was stevig: meer dan eens kwam een abrupt einde aan ons avontuur in zicht toen Dorien van de bergen af dreigde te dwarrelen. Daarnaast hebben we een heel aantal windhozen over meren zien zoeven en talloze regenbogen in het meters hoog opstuivende water gezien. Laten we zeggen dat het een goede gelegenheid was om ons kersverse knalgele pvc-regenpak uit te proberen..


Zonsopkomst over de Torres

Het park kenmerkt zich door veel toeristen -hoewel dit nog meeviel toen wij er waren-, granieten rotsen, meren, condors, puma´s -helaas niet gezien- en de unieke klimaateigenschappen. Gezien het feit dat er ontzettend veel toeristen op de Torres afkomen, namen wij aan dat de hikes goed te doen zouden zijn. De onzekerheid over deze aanname sloeg echter wel wat toe zodra een aantal professioneel uitgedoste wandelaars ons voorbij vlogen.
Er was nauwelijks sprake van aangegeven paadjes en het hiken met een backpack was voor ons ook een geheel nieuwe ervaring, maar het was de moeite waard! Tijdens de lange dagen waarop we gemiddeld zo´n 8 á 9 uur in weer en wind door de bergen struinden waren de uitzichten werkelijk prachtig: felblauw tot mintgroene meren met op de achtergrond besneeuwde bergen, talloze halfdoorwaadbare riviertjes en overal ontzettend veel verschillende kleuren.


En wat is het dan heerlijk om na een lange dag met je zweetvoeten in een gehuurde slaapzak te kruipen!

Parque nacional de glacieres
Vanuit de Torres vertrokken we vrij snel noordwaarts om een paar uur later in El Calafate (Argentinië) neer te strijken. Hier komt de Patagonische ijskap de bergen uit in de vorm van tientallen gletsjers. Onderstaande gletsjer -genaamd Perito Moreno- hebben we tot op ongeveer 200 meter kunnen naderen waarbij we continu het ijs naar beneden hoorden kletteren. Nieuwjaarsnacht is er niets bij. Het stadje zelf (Calafate) lijkt alleen op toerisme te draaien. Veel winkeltjes met dure troep.


Glacier Moreno

Vanuit El Calafate hebben we het plaatsje El Chaltén bezocht. Ook puur op toeristen gericht aangezien het bekend staat als trekking-mecca van Argentinië. Met dit dorpje als uitgangspunt hebben we twee dagtochten gemaakt naar bergmeren waarin een aantal gletsjers hun uitweg zochten. Mooie tochten, niet al te zwaar. Wel zo verstandig met onze overbelaste spieren..
Net als in de Torres was ook hier al het water drinkbaar. Altijd leuk om net afgebroken gletsjerijs uit een ijskoud bergmeer te consumeren.




Vanaf nu gaan we weer op naar warmere oorden. Momenteel verblijven we in El Bolsón, een rustiek en enigszins alternatief dorp waar we als enige gasten op onze camping van de zon kunnen genieten. Op het programma staat een verdere ontdekkingstocht door het Argentijnse Lake District. Nog flink wat busuren te gaan voor we Bolivia zullen bereiken..


Friday, March 16, 2007

Zuid Chili

Op weg
Vanuit Santiago hebben we -opnieuw- een nachtbus genomen naar het merengebied van Chili. Hier hebben we een week doorgebracht in Puerto Montt, een Noors aandoend havenstadje. De tickets voor onze volgende busreis (naar Punta Arenas) zijn hier namelijk erg gewild. Maar goed, wij hebben ons wel vermaakt: De chileense regen die tot nu toe was uitgebleven hebben we hier volop meegekregen. Niet zo vreemd overigens als je bedenkt dat het hier zo´n beetje de helft van het jaar regent.


Jaap en Dorien in regenjas en poncho

Lake District
De omgeving lijkt wat ons betreft wat op een kruising tussen Noorwegen en Beieren. Meren, bossen, bergen, vulkanen en een heleboel houten huisjes (veel Duitse kolonisten hier).
Daar komt dan nog wel wat regenwoud bij wat we met name tijdens ons eerste noemenswaardige uitstapje vanuit Puerto Montt hebben mogen aanschouwen:

Chiloé:
Een groot heuvel- en regenachtig eiland ter grootte van half Nederland.
Dit was de plek waar we onze eerste wandeling in één van de vele nationale parken van Chili hebben gemaakt. Volgens de zeer karig beschikbare informatie voor toeristen was het mogelijk om in één dag naar een refugio te lopen, daar te slapen en de volgende dag (ongeveer 20 km) terug te lopen. Prima, doen we.
Het was een prachtige route langs het strand, over kliffen en door dampende wouden. In verband met de regen zakten we echter wel regelmatig tot over onze enkels in de blubber. Maar ja.. dat hoort er natuurlijk bij. Met behulp van de lokale bevolking hielden we de goede route aan. Aangezien de bus wat verlaat was begon langzamerhand de vraag te rijzen of we de refugio voor het donker zouden halen. Net niet dus..
Aangezien we in een donker druipend bos liepen en we de zon al in de zee hadden zien zakken besloten we maar te stoppen. Op een mirador (uitzichtpunt) 100 meter boven de zee hebben we de nacht op een houten bankje -zonder leuning helaas- de nacht doorgebracht. Een aparte ervaring met het geluid van de zee op de achter- en dat van 3 miljoen kikkers op de voorgrond.
Af en toe wat sterren en opeens gesop in de blubber om ons heen: Duidelijk een groot dier. Die hadden ze hier toch niet? Enkele seconden later liep er plotseling een paard vlak voor ons langs.. Pfff..

(Nou ja, als dat het is: een gestolen tas en een paard..)

Chiloé

Verder geen angstige momenten die nacht. Wel wat koude voeten, maar dat werd redelijk verholpen door de volgende ochtend in ons natte goedje opnieuw de modder in te springen en dezelfde weg terug te lopen. Na een aantal uren bereikten we een restaurantje waar we 4 uur bij een kacheltje met een lekkere kop koffie op de bus hebben gewacht. Heerlijk!
Meren en vulkanen
Na een dagje rust in en rond ons hostel in Puerto Montt wilden we wel weer wat van de omgeving zien. Met name een aantal meren en vulkanen schenen het bekijken waard te zijn. Niet wetend hoe daar te komen besloten we maar een trip via onze hospedaje te boeken. Niet echt een succes. De omgeving en het weer waren prachtig: Blauwe meren, snowcapped volcanoes, watervallen, bossen en wat dies meer zij. De medetoeristen en vooral de gids waren echter vrij irritant.

Lago Lanquihe met Volcano Osorno

____________________

Dinsdag de 13e maakten we ons op voor onze waarschijnlijk langste busreis: 30 uur naar Punta Arenas in het zuiden, dwars door Argentinië. Het begin van de reis bevonden wij ons nog in het merengebied wat resulteerde in mooie uitzichten. De daaropvolgende pampa´s waren echter vooral plat en saai. In Punta Arenas werden we door de eigenares van ons hostal opgepikt en naar haar gezellige huisje gebracht. Hier hebben we wat ervaringen en tips met andere backpackers uit kunnen wisselen. Ook ontstond hier het plan om met een ander Nederlands stel een auto te huren om de volgende dag pinguïns te kunnen bekijken. Dus stonden we daar om 7 uur ´s ochtends naast honderden pinguïns, stinkdieren, uilen, nandu´s (soort struisvogels) ganzen en enorme konijnen.

Magellaen Pinguïns, altijd gezellig met z´n tweeën

Later die dag zijn we nog even naar een wat hoger gelegen punt gereden om over de stad uit te kunnen kijken. Punta Arenas zelf blijkt niet zo bijzonder, maar het voelt wel een beetje alsof we ons op de laatst bewoonde plek van de wereld begeven. Aan het eind van de Straat van Magellaen (tegenover Vuurland) zagen we in de verte zelfs wat ijsschotsen drijven.

Op aanraden van andere toeristen hebben we maar een tent en twee matjes gekocht. Over een aantal dagen trekken we namelijk verder naar Puerto Natales en gaan vanuit deze plaats naar het nationaal park `Torres del Paine´ voor een hike van een aantal dagen. Toch nog kamperen!


Monday, March 5, 2007

9 dagen en 2500 kilometer verder

Met een beetje pijn in ons hart hebben 'ons' Cusco achter ons gelaten. Maar eerlijk gezegd is dat het nú al waard.

Arequipa
Zondagochtend rond een uur of 5 stonden we met onze tassen te wachten tot de zon op zou komen. Dat zouden we de komende dagen nog wel vaker gaan doen..
Een prima hotel in de buurt van het centrum gevonden van waaruit we de stad konden ontdekken. Arequipa staat bekend als ´de witte stad´ en dat is te zien. Prachtige gebouwen en prettige sfeer in de schaduw van een vulkaan. Desondanks hebben we maar meteen een tweedaagse tour geboekt om de Canon del Colca te kunnen bezoeken. Deze vallei staat bekend om het verschijnen van condors.
Maandagochtend werden we door een busje bij ons hotel opgehaald (nooit gedacht dat we zo'n zin ooit uit zouden spreken..) waarmee we vervolgens een uur of 4 door een woestijnachtig doch zeer indrukwekkend landschap op zo'n 4 kilometer hoogte hebben gereden. Doel van de reis was Chivay, een in de vallei gelegen stadje dat voornamelijk door toeristen als tussenstop wordt gebruikt en bekend staat om haar warmwaterbronnen. Van beide kenmerken hebben wij uiteraard gebruik gemaakt.


De volgende ochtend stond er om half 6 een ontbijt voor ons klaar, om op tijd bij het condor-uitkijkpunt te kunnen zijn. En het was gelukkig de moeite waard. Na weer een prachtige rit hebben we zo'n 4 condors, een jonkie en een reuzencondor zien vliegen, wat gezien de tijd van het jaar redelijk toevallig was.. (dat vertelden ze overigens niet van tevoren)



Sorry, duidelijker was helaas niet mogelijk

Aan het eind van de middag kwamen we weer terug in Arequipa waar we besloten dezelfde avond nog door te reizen richting Chili.

Tacna en Arica
Wij Nederlanders vinden het erg handig en voordelig om 's nachts de grootste afstanden per bus af te leggen. Dat scheelt weer in hotelkosten en geeft ons de meeste tijd om mooie plekjes in het licht te bekijken. We waren dan ook weer op een behoorlijk onnozele tijd (half 4 in de ochtend) in de meest zuidelijk gelegen stad van Peru. Hoe Tacna er in het licht uitziet weten we echter niet, want de stop was wat ons betreft alleen bedoeld om de grens met Chili over te kunnen steken. Dit hebben we dan ook zo snel mogelijk gedaan door met twee Peruanen en een Boliviaanse in een enorme amerikaans taxi te stappen die ons naar Arica bracht.
Het heet een 'colectivo' en is daar overigens vrij normaal..
Bij de grens geen moeilijkheden. Dat is ook weer een voordeel van zo'n colectivo: de chauffeur helpt je prima door alle formaliteiten heen.
Arica -gelegen in het uiterste noorden van Chili- is een lieflijke vakantiestad aan zee, met palmbomen, heel veel zon en vriendelijke mensen. Prima voor een paar dagen rust dachten wij zo. De herfst is hier begonnen, maar het is overigens nog steeds knotsheet en extreem zonnig.

La Serena
Vrijdag een dagje bus en dus geen zon voor onze -opnieuw- verbrande lijfjes. Alles heeft zo z'n voordelen.. We besloten het traject Arica-Santiago maar in twee delen op te splitsen en kwamen zodoende in La Serena terecht. Aangezien we 's morgens vroeg aankwamen en het mogelijk bleek 's avond laat een bus naar Santiago te nemen hebben we een dagje rondgeslenterd, maar verder niet veel interessants ondernomen. We hebben hier nog wel twee condors gezien, maar dit keer in een hokje van 10 bij 20, triest..

Santiago (4,5 miljoen inwoners, 1/3 van Chili)
De hoofdstad van Chili is behoorlijk koud in de ochtenduren. En wij kunnen het weten, want we hebben zo'n twee uur moeten wachten tot de metro's gingen rijden. Chilenen zijn niet zulke vroege vogels als Peruanen hebben wij het idee..
Het eerste hotel bleek weer een hit, we mochten de tassen stallen en konden om 2 uur inchecken. In de tussentijd hebben we gebruik gemaakt van het feit dat in Santiago de musea op zondag gratis zijn. We hebben er twee bezocht en oa. het bij de moord gesneuvelde brilletje van Salvador Allende gezien. Mooie musea, beter dan in Cusco.
's Middags hebben we via kabeltreintje en -baan een bult in de stad beklommen. Mooie views over de stad en de omliggende Andes. Santiago lijkt ons een redelijk moderne, westerse stad met wat latijnsamerikaanse probleempjes. Vanaf een uur of 10 sloeg de sfeer behoorlijk om, was zelfs grimmig te noemen; veel zwerf- (honden en mensen), geschreeuw (ook naar ons) en meer van die ongein. Ach ja, dat hoort bij grote steden. Groningen heeft ook het een en ander, nietwaar?

Zonsondergang over Santiago

Tot nu toe vielen ons in Chili twee dingen vooral op: eten en taal. Men eet hier het liefst zo vet mogelijk. Hamburgers, hotdogs met enorm veel (avocado) puree, gebakken kaas en ei. Dit begint al bij het ontbijt. Geen wonder dat er gemiddeld twee Peruanen in een Chileen passen.
Wat betreft de taal: we beginnen hier weer helemaal opnieuw. Halve woorden worden ingeslikt in een formule 1 tempo. Niet te verstaan voor ons, maar ze begrijpen ons vaak ook maar half.