Vandaag wat historisch, toeristisch en culinair nieuws:
Historisch
Cusco is -redelijk terecht- vooral bekend om haar Inca-verleden. Toen de Spanjaarden hier enige tijd geleden voor het eerst arriveerden was Cusco de hoofdstad van het Inca-rijk, dat strekte van Ecuador tot Argentinië. Cusco betekent dan ook (in Quechua) ´navel van de aarde´. Naast het overbekende Machu Picchu heeft elk dorpje zijn eigen trots. Een burcht, tempel of wat dan ook. De afgelopen weken hebben we er al aardig wat bezichtigd.
De Inca´s waren onder andere goede ambachtslieden en agrariërs. Zo waren ze in staat om vanuit bronnen 50 kilometer verderop kanalen naar Cusco te graven. Daarnaast waren het goede krijgers, helaas niet opgewassen tegen de betere Europese ziekten.
We hebben inmiddels geleerd dat je beter niets verkeerds over de Inca´s kunt zeggen, ze zijn hier alomtegenwoordig en worden overal geëerd.
Ruïnes in de bergen bij Pisac
Toeristisch
Over toeristen gesproken, het is hier uitgesproken rustig, want het is het regenseizoen. Wij hebben geluk, de regen laat deze maand nogal op zich wachten. Dat wil zeggen: elke dag een buitje (of 2) en tot nu toe slechts 2 verregende dagen. Temperatuur: gemiddeld 20 graden, in de zon is het echter niet te harden.
Zodoende zijn onze wandelingen lekker rustig, en qua uitzicht prachtig. Bergen, sneeuw, beekjes, zoutpannen, schapen, lama´s; niets is hier te gek.
De sites die we hebben gezien zijn steeds binnen 2 uur rijden hiervandaan. Reken voor 1 uur met de bus ongeveer 2 soles (50 cent) en we hebben vrije toegang met ons in Cusco aangeschafte Boleto Turistico. Taxi´s binnen de stad kosten evenveel, prijzen buiten de stad zijn afhankelijk van de ´toeristigheid´ en eigen onderhandelingsvermogen.
Culinair
Na het verleden is voedsel de tweede trots van de Peruanen. Elke schotel is typisch Peruaans. Ook al is het gewoon tagliatelle met tomatensaus, ze gooien er wel een beetje Pisco door. Wat we jullie echter niet willen onthouden is onze eerste aanraking met de pure Peruaanse keuken in Tipon, een dorpje zo´n 30 kilometer hiervandaan.
Gisteren waren wij in dit dorp om de ruïnes (waterwerken) te bekijken en cuy te eten.
CUY? Ja, cuy, in Europa bekend als guinees biggetje. Deze worden hier niet zozeer als huisdier gehouden maar kaalgeplukt, met kruiden gevuld en in de oven gelegd. Het beestje wordt vervolgens heelhuids op je bord gekwakt (dus inclusief tanden en klauwtjes) en de anatomische les kan beginnen. De ingewanden worden overigens apart geserveerd, dat is uiteraard veel lekkerder.
Onder goedkeurende blikken van het complete dorp (half aangeschoten ivm carnaval) begonnen wij (enige aanwezige toeristen) aan de ontdekkingstocht. Af en toe om raad vragend bij een buurvrouw (jaja, het hoofdje is ook heel lekker). Hoewel we lang niet alles wat eetbaar scheen te zijn hebben opgegeten was het oorspronkelijk op een rat lijkende caviatje uiteindelijk toch behoorlijk gedegenereerd.
Na dit smakelijke maaltje hebben we ons nog even in het feestgedruis gestort (ja, ja.. min of meer) en zijn we voldaan naar huis gegaan. Weer iets om van ons lijstje af te strepen.
Over carnaval gesproken. Dat feest gaat hier vooral gepaard met water en nepsneeuw (uiteraard gezoet). Iedereen heeft óf waterballonnen óf een spuitbus met schuim op zak en mag iedereen min of meer vrij aanvallen. Vooral gevaarlijk in bussen met open ramen. Ook op onze school een bekend verschijnsel. Geweldig, een pauze van drie kwartier en iedereen (inclusief de staf) zeiknat.
Wij vermaken ons dus prima. Nog één weekje Cusco en dan op naar het zuiden!
1 comment:
geniale foto zeg, met dat varkentje. dat geeft een heel andere dimensie aan de term; 'dat varkentje zullen we wel even wassen. Hopelijk doen ze dat wel even van te voren. Leuke verhalen hoor, t is echt leuk om dat door te lezen, alhoewel al die blogspotten en waarbenjij.nu's onderhand een dagtaak worden. veel plezier in het zuiden. goede reis verder!
groet Rienk
Post a Comment